Economische Toplocaties 2011

Vraag PDF-bestand van rapport aan:
Uw naam*:
Uw functie:
Naam organisatie:
 
Vraag PDF-bestand aan
Velden met een * zijn verplicht
[!] Na klikken op knop opent uw emailprogramma met tekst uit dit formulier

’s-Hertogenbosch dit jaar de winnaar
Sinds het einde van de jaren negentig verschijnt in Elsevier jaarlijks een artikel over economische toplocaties, gebaseerd op onderzoek van Bureau Louter. Daarin is een ranglijst van gemeenten opgesteld naar hun economische prestaties op basis van 41 indicatoren, namelijk: de omvang en ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen (onderscheiden naar tien economische sectoren), de omvang en ontwikkeling van de toegevoegde waarde, het aantal starters (ook onderscheiden naar economische sectoren) en ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsonroerend goed (bedrijventerreinen en kantoren). Dit jaar staat ’s-Hertogenbosch op de eerste plaats, gevolgd door Zwolle, Houten, Breda en Eindhoven.
In het rapport staan diverse ranglijsten (voor gemeenten, voor steden, voor regio’s) en kaarten met de resultaten, alsmede een beschrijving van de methodiek.

Ruimtelijk-economische dynamiek op de kaart gezet
Naast de ranglijsten is ook uitgebreid aandacht besteed aan ruimtelijk-economische ontwikkelingen en regionale ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. In 80 pagina’s wordt een beeld geschetst van de ruimtelijk-economische dynamiek aan de hand van statistieken en figuren (waaronder zeer veel kaartbeelden; zie als voorbeeld de ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen per inwoner van 15-64 jaar sinds 1995). Dit leidt soms tot verrassende conclusies. Tevens bevat het rapport een aantal typologieën, die zijn gebaseerd op diverse indicatoren op het gebied van economie en arbeidsmarkt.

    Een greep uit de vele bevindingen:
  • Ruimtelijke verschillen in het aantal arbeidsplaatsen per inwoner van 15-64 jaar worden kleiner.
  • Sinds 2005 is de relatieve groei van het aantal arbeidsplaatsen in Noord-Brabant en het Oosten van Nederland hoger dan in de Randstad.
  • De relatieve groei in stedelijke gebieden is niet hoger dan in landelijke gebieden; wel gaat de kennisintensivering van de bedrijvigheid sneller in stedelijke gebieden.
  • De laatste tien jaar groeit het aantal arbeidsplaatsen in de A2-as niet sneller dan het nationaal gemiddelde
  • De hoogste relatieve groei vindt recentelijk plaats in een ‘oostas’ met als hoekpunten Almere, Amersfoort, Apeldoorn, Zwolle, Meppel en Heerenveen.
  • Na een kortstondige opleving in de periode 2000-2005 blijft de ontwikkeling in de Zuidvleugel van de Randstad nu weer achter bij de Noordvleugel.
  • In gebieden met benedengemiddelde economische prestaties wordt vaak ook bevolkingskrimp voorzien.