Projecten - Prognoses


UWV-prognoses zelfstandigen 2019-2020
Regionale arbeidsmarktprognoses naar woonplaats tot 2024
Regionale arbeidsmarktprognoses 2019
Regioschetsen arbeidsmarktregio's UWV tot 2024 (voor 35 individuele regio's)
Perspectieven voor Haarveld
Marktpotentie Ossebroeken 2, situatie maart 2019
Marktpotentie Rooseveltstraat Leiden
Regionale arbeidsmarktprognoses UWV 2018-2019
Ruimte voor innovatieve bedrijvigheid in Delft
Marktpotentie Ossebroeken 2
Bedrijventerreinenanalyse Zuid-Drenthe
Ruimtelijke en financiële verkenning Bedrijvenpark De Rotbrink
Behoefte aan ruimte? De toekomstige ruimtebehoefte van economische dragers in Assen
Assen naar 2025. Prognoses over de ontwikkeling van de ruimtevraag
Vraag naar bedrijventerreinen Aa en Hunze 2014-2025
Bedrijventerreinen in Fryslân. Vraagprognoses tot 2030.
Behoefte aan bedrijventerreinen Emmen 2014-2025
Bedrijventerreinen in Eemsdelta
Bedrijventerreinen in Eemsdelta (samenvatting)
Bedrijventerreinen in Oost-Groningen
De arbeidsmarkt voor MBO Techniek in Haaglanden
Marktanalyse Plantage Middenlaan 52 Amsterdam
De arbeidsmarkt van de Stedendriehoek
De arbeidsmarkt van de Leidse regio. Achtergrondrapportage: facts & figures
Behoefteraming bedrijventerreinen Drenthe tot en met 2030
De regionale arbeidsmarkt van technici tot 2017
Quickscan arbeidsmarkt topsectoren
Economie en bedrijventerreinen Regio Groningen/Assen naar 2030
Ruimte voor zorg; economische ontwikkelingen in de zorgeconomie
Analyse ROA-prognoses voor technisch opgeleiden
RAIL 2009 (Regionale Arbeidsmarkt Informatie Limburg)
Prognoses Rotterdamse werkgelegenheid 2010-2014
Ruimtebehoefte kleinschalige bedrijvigheid Rotterdam 2010-2014
Kwantificering vestigingsplaatsfunctie Schiphol tot 2040
RAIL 2008 (Regionale Arbeidsmarkt Informatie Limburg)
Bedrijfsverzamelgebouwen in Delft; Verleden, heden en toekomst
Kwantificering vestigingsplaatsfunctie Schiphol
Prognoses arbeidsplaatsen, baanopeningen, instroom en vervangingsvraag Limburg
Ruimtelijk-economische ontwikkeling Schiphol 2040
Quick Scan Maatschappelijke Kosten en Baten voor de opties voor
Schiphol en de regio op de middellange termijn
Ontwikkelingen en prognoses regionale kantorenmarkt
Ruimtelijk-economisch perspectief Hoogeveen; op weg naar 2020
De economie van Delfzijl; verleden, heden en toekomst
De economie van Eemsdelta; verleden, heden en toekomst
Arbeidsmarktonderzoek Baarn/Soest
Top 70 kantoorsteden van Nederland 2006
Werk loont op de arbeidsmarkt
Kosten-batenanalyse op hoofdlijnen voor de Planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere
Kansen op de arbeidsmarkt voor laag opgeleide werkzoekenden in Rotterdam
De Delftse economie op weg naar 2015
Ruimtelijk-economische ontwikkelingen Emmen tot 2020
Arbeidsmarktverkenning 2013
Werken in Hoogeveen. Perspectieven tot 2030

     Periodiek:
     
CWI Arbeidsmarktprognoses2010-2011
2009-2010
2008-2013
2007-2012
2006-2011
2005-2010
2004-2009
2003-2008
2002-2007
Sfeerbeeld Platform 2007
Arbeidsmarktbeleid Rijnmond2006
2005
CWI Districtsrapportages2004-2009
2003-2008
2002-2007
TIGRIS XLKosten Baten Analyse Schaalsprong Almere
Werkgelegenheidseffecten Schaalsprong Almere
Nederland later, aanvullend
Nederland later
Ruimtelijke beelden
Versie 1.0
Toepassing N18
Proeftoepassing
Prototype

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: UWV
In samenwerking met: SEOR

In het kader van de jaarlijkse arbeidsmarktprognoses voor het UWV heeft Bureau Louter prognoses opgesteld voor vijftien van de zestien sectoren (in openbaar bestuur komen geen zelfstandigen voor). De nationale prognoses zijn hierbij opgesteld door SEOR. Bureau Louter heeft aan de hand van een zelf ontwikkeld model een 'vertaling' gemaakt naar het regionale niveau. De sterkste ontwikkeling van het aantal zelfstandigen wordt voorzien in de Randstad, hoewel er tussen economische sectoren sprake is van verschillen. De top-3 wat betreft de procentuele ontwikkeling van het aantal zelfstandigen bestaat uit Haaglanden, Groot-Amsterdam en Flevoland. Momenteel bestaan er verschillen in relatieve vertegenwoordiging van het aantal starters. Groot-Amsterdam scoort bijvoorbeeld hoger dan Rijnmond en Rivierenland hoger dan Zuid-Limburg (waarbij het type bedrijvigheid waarin zelfstandigen actief zijn overigens duidelijk verschilt tussen Groot-Amsterdam en Rivierenland).

Aantal zelfstandigen per 1000 inwoners 15-74 jaar, 2018

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: ROA
In samenwerking met: SEOR

Samen met SEOR (nationale prognoses) heeft Bureau Louter (vertaling naar regio's) prognoses voor de ontwikkeling van het aantal banen van werknemers en zelfstandigen opgesteld. Dat gebeurt op het niveau van de werkregio (de regio waar het werk wordt uitgevoerd en/of de werkenden zijn ingeschreven). Op verzoek van ROA zijn de resultaten omgezet in een andere typering van de bedrijvigheid (door SEOR) en in prognoses naar sector en regio (zie de kaart) op het niveau van de woonregio (de regio waar werknemers/zelfstandigen wonen).

Indeling arbeidsmarktregio's

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: UWV
In samenwerking met: SEOR

Jaarlijks stelt UWV nationale en regionale arbeidsmarktprognoses op. Gedeeltelijk, namelijk voor de ontwikkeling van het aantal banen van werknemers en zelfstandigen naar sector (SEOR) en regio (Bureau Louter) wordt daarbij gebruik gemaakt van door SEOR/Bureau Louter opgestelde prognoses. Als achtergronddocument is door Bureau Louter een rapport opgesteld met de regionale prognoses, uitgesplitst naar economische sectoren. Daarbij is onder andere ingegaan op verklaringen achter de regionale verschillen in de verwachte ontwikkeling van het totaal aantal banen per regio: in hoeverre is dat een gevolg van verschillen in sectorstructuur, in hoeverre spelen verschillen in bevolkingsgroei een rol en in hoeverre worden verschillen verklaard door 'locatiefactoren' (voor een bedrijf externe factoren die van invloed zijn op de vestigingsplaatskeuze van bedrijven en/of het bedrijfsfunctioneren). Wanneer de ontwikkeling van het aantal banen van werknemers wordt uitgedrukt per inwoner van 18-66 jaar (de 'potentiële beroepsbevolking) blijkt dat de ontwikkeling van deze 'werkgelegenheidsfunctie' voor nationaal decentraal gelegen regio's als Groningen, Friesland en Zuid-Limburg boven het nationaal gemiddelde ligt, terwijl de ontwikkeling van het aantal banen daarbij achterblijft.

Ontwikkeling totaal banen van werknemers, per jaar, 2019-2020
In afwijking van nationaal gemiddelde

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: UWV

Op verzoek van het UWV heeft Bureau Louter voor elke van de 35 arbeidsmarktregio's een 'regioschets' opgesteld. Daarin zijn op tussen de regio's exact vergelijkbare wijze enkele kerngegevens van de regionale arbeidsmarkt opgenomen, is ingegaan op de relatieve vertegenwoordiging van economische sectoren en op de ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen in het verleden en verwachtingen voor de toekomst. Ook is bepaald waardoor regionale verschillen in de ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen kunnen worden verklaard.

Prognose 2019-2020 en relatieve vertegenwoordiging 2019, Zuidoost-Brabant

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Noordenveld

Haarveld in de kern Roden is een bijzonder bedrijventerrein. De landschappelijke omgeving met wandelpaden door het bos en langs waterpartijen maken het park exclusief. Noordenveld heeft er voorheen bij het op de markt brengen van Haarveld voor gekozen om alleen bedrijven toe te laten waarvoor hoogwaardige kennis een belangrijke rol speelt. Dat kunnen productiebedrijven, handelsbedrijven of dienstverlenende bedrijven zijn: Haarveld werd in de markt gezet als een 'Kennispark'. Het uitgiftetempo bleef echter achter bij de verwachtingen. Het is daarom de vraag wat de perspectieven als bedrijfslocatie zijn voor Haarveld. De positie van Haarveld is daarbij in dit onderzoek in breder perspectief gezien dan alleen als vestigingsplaats voor kennisintensieve bedrijven. Momenteel wordt de bestemming van Haarveld heroverwogen. De strikte eis dat slechts kennisintensieve bedrijven mogen vestigen wordt losgelaten. Door Bureau Louter is onderzicht waar, bij het loslaten van deze strikte eis, marktkansen liggen voor Haarveld.

Kennispark Haarveld

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Midden-Drenthe

De gemeente Midden-Drenthe wenst bedrijventerrein Ossebroeken 2 te ontwikkelen. In 2016 heeft Bureau Louter onderzoek verricht naar de marktpotentie van Ossebroeken 2. In 2019 heeft een actualisering plaatsgevonden. Daaruit komt voor de komende tien jaar een vraag naar bedrijventerreinen naar voren in het voor Ossebroeken 2 relevante 'marktgebied' van 0.1 hectare per jaar (volgens een laag scenario) tot 1.3 hectare per jaar (volgens een hoog scenario). Aangezien er op dit moment binnen het relevante marktgebied nauwelijks sprake is van uitgeefbaar aanbod, zal er maximaal sprake zijn van een behoefte van bijna 12 hectare in de komende tien jaar (bij een scenario van hoge economische groei).

Vraag naar en uitgeefbaar aanbod van bedrijven terreinen in het relevante marktgebied van Ossebroeken 2, 2019-2028
  Aantal netto hectares
  Lage scenario Middenscenario Hoge scenario
 
Vraag 1.09 7.1 12.85
Uitgeefbaar aanbod 2.30 (1.22) 2.30 (1.22) 2.30 (1.22)
Vraag min aanbod 1.21 (0.13) -4.80 (-5.88) -10.55 (-11.63)

Toelichting: Bij het aanbod is ook meegerekend een onbebouwde reserve van 1.08 op Ossebroeken 1. Exclusief deze onbebouwde reserve bedraagt het aanbod van de voor Ossebroeken 2 relevante regio 1.22 hectare. Dit is tussen haakjes toegevoegd.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Leiden

De gemeente Leiden wenst het kleinschalige binnenstedelijke bedrijventerrein Rooseveltstraat te transformeren naar een gemengd woon-werk milieu. Aan Bureau Louter is verzocht hierin mee te denken, onder andere door de marktpotentie te bepalen voor een aantal in het conceptplan voor de Rooseveltstraat voorgestelde economische activiteiten, namelijk activiteiten die samenhangen met een functie als 'maakdistrict' en activiteiten die samenhangen met een functie als creatief district. Een derde mogelijke functie is die van 'servicepoint'. De invulling van dat concept moet echter nog nader worden geconcretiseerd. Na eerdere hogere ambities wordt uitgegaan van een oppervlak voor werken van 28.750 m2. De verdeling over de drie functies is daarbij niet bekend.
Door Bureau Louter is bepaald hoeveel ruimte er op dit moment in Leiden wordt gebruikt door bedrijven in de speerpuntsectoren 'ambachtelijk' en 'creatief' die in bedrijfsruimte zijn gevestigd, met minder dan 20 personeelsleden ('kleine bedrijven'). Het gaat hierbij om alle bedrijven in Leiden, of die nu gevestigd zijn in de binnenstad, op bedrijventerreinen, in woonwijken of elders in de stad. Gezien de huidige omvang aan bedrijfsruimte in geheel Leiden mag het geplande aantal vierkante meters voor de speerpuntsectoren als zeer ambitieus worden beschouwd, zeker omdat in de creatieve sector de binnenstad een grote concurrent zal vormen. Bureau Louter heeft daarom geadviseerd om breder te kijken dan alleen de gekozen speerpuntsectoren.

Bedrijfsruimte van kleine bedrijven in speerpuntsectoren in Leiden, 2017
Speerpuntsectoren Aantal vierkante meter bedrijfsruimte
   
Ambachtelijke productie 4.473
Reparatie 2.550
Bouw en installatie 10.251
Totaal ambachtelijk 17.274
   
High-tech & research 3.960
Architectuur & ontwerp 2.628
Ingenieursbureaus 4.588
Kunst & fotografie 4.224
Totaal creatief 15.400

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: UWV

Jaarlijks stelt het UWV arbeidsmarktprognoses op voor de korte en middellange termijn. Deels gebeurt dit door derden. Dit jaar zijn bijdragen geleverd door het SEOR, ECORYS en Bureau Louter, waarvan het laatste bureau de regionale arbeidsmarktprognoses heeft opgesteld voor 35 arbeidsmarktregio's en 16 economische sectoren. In de kaart staat de gemiddelde jaarlijkse procentuele ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen in 2018 en 2019 (in afwijking van het nationaal gemiddelde).

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Delft

Delft heeft een zeer sterke positie als technische kennisstad. Niet alleen zijn er diverse toonaangevende grote bedrijven gevestigd, maar de stad kent ook een relatief zeer groot aantal technostarters. De indruk bestaat echter dat een groot deel van de 'scale-ups' (bedrijven die na hun incubatiefase sterk groeien) Delft verlaat. Aan Bureau Louter is gevraagd of dat het gevolg is van een gebrek aan geschikte bedrijfsruimte en, als dat zo is, aan hoeveel ruimte er in de komende jaren behoefte is voor de zogenaamde Delftse 'innovativiteitssegmenten' (high-tech/research, ICT en technisch advies). Uit de analyse van Bureau Louter blijkt dat er inderdaad een groot tekort aan geschikte ruimte voor dit type bedrijvigheid dreigt in de komende vijf jaar: het gaat om tienduizenden meters, terwijl de bedrijven in overgrote meerderheid aangeven het liefst in Delft gevestigd te blijven. Op grond van deze onderzoeksresultaten gaat de gemeente Delft zich beraden op de rol die zij zou kunnen vervullen om te voorkomen dat bedrijven Delft onnodig verlaten.

In onderstaande figuur staat de ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen in de innovativiteitssegmenten in Delft sinds 1988 en het aantal arbeidsplaatsen per vierkante kilometer in bedrijven met minder dan honderd arbeidsplaatsen in de innovativiteitssegmenten.

Innovativiteitssegmenten in Delft

Ontwikkeling sinds 1988 Dichtheid MKB

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Midden-Drenthe

De gemeente Midden-Drenthe wenst bedrijventerrein Ossebroeken 2 te ontwikkelen. Daarbij speelt tegenwoordig het Besluit Begroting en Verantwoording (het BBV) een belangrijke rol. De commissie BBV heeft de afbakening, definiëring en verslaggevingsregels rondom grondexploitaties per 1 januari 2016 ingrijpend gewijzigd. De nieuwe 'notitie Grondexploitaties 2016' is een herziening van de notitie Grondexploitatie die in 2012 is verschenen. Strategisch aangekochte gronden (voorheen: 'Niet in exploitatie genomen grond') moeten tegenwoordig binnen vier jaar worden geëxploiteerd of afgewaardeerd. De gemeente Midden-Drenthe wenst deze beslissing te onderbouwen aan de hand van onderzoek naar de behoefte vanuit de markt in de komende vier jaar. Dit dient plaats te vinden binnen het kader van de Ladder Duurzame Verstedelijking. Op verzoek van de gemeente Midden-Drenthe heeft Bureau Louter dit onderzocht. De resultaten van het onderzoek dienden zowel planologisch als financieel te gebruiken te zijn.

Zie in onderstaande figuur de berekende vraag volgens drie scenario's. In het rapport is deze geconfronteerd met het aanbod.

Uitgifte hectares bedrijventerreinen en prognose vraag in relevante marktgebied voor Ossebroeken 2

Prognoses bedrijventerreinen
Aan de hand van in eigen beheer ontwikkelde rekenmodellen en uitgebreide gegevensanalyses stelt Bureau Louter regelmatig confrontaties van vraag en aanbod voor de bedrijventerreinenmarkt op. De laatste jaren bijvoorbeeld voor de Regio Groningen-Assen, Oost-Groningen, de Eemsdelta, de Zuid-Drentse stedenrij, de provincies Drenthe en Fryslân en gemeenten als Emmen, Aa en Hunze, Midden-Drenthe en Ommen. Naast ontwikkelingen op langere termijn (tien jaar of meer) stelt Bureau Louter tevens prognoses op middellange termijn op (vier jaar). Daarbij wordt rekening gehouden met de opgaande economische conjunctuur die de komende jaren wordt voorzien. Prognoses voor een periode van vier jaar zijn vereist volgens de verslaggevingsregels van de commissie BBV.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Zuid-Drentse gemeenten en Provincie Drenthe

De zes gemeenten in Zuid-Drenthe (Coevorden, De Wolden, Emmen, Hoogeveen, Meppel en Westerveld) hebben aan de Provincie aangegeven een gezamenlijke visie op de verwachten ontwikkelingen op de markt voor bedrijventerreinen te willen opstellen, waarbij sprake is een goede afstemming tussen vraag en aanbod. In die visie wordt voor delen van de markt voor bedrijventerreinen die bovenlokaal opereren ook rekening gehouden met de vraag-aanbod verhouding in omringende gebieden. Aan Bureau Louter is verzocht daarbij een ondersteunende rol te vervullen. Daartoe zijn prognoses van de ontwikkeling van de vraag naar bedrijventerreinen tot en met 2025 opgesteld en is het aanbod ge?nventariseerd en geconfronteerd met de vraag. Van belang daarbij was ook een onderscheid in segmenten.

Vraag en aanbod zijn zowel per gemeente als voor de regio als geheel bepaald. In de figuur staat de vraag (het ruimtebeslag aan het einde van de prognoseperiode minus het ruimtebeslag bij het begin van de prognoseperiode: dat kan ook negatief zijn), onderscheiden naar segmenten.

Prognoses ruimtebeslag economische sectoren, Zuid-Drenthe

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Ommen
In samenwerking met: bruno steiner advies

De gemeente Ommen heeft drie grote bedrijventerreinen in de kern Ommen (De Strangen, Alteveer en De Rotbrink) en een klein bedrijventerrein (Beerzerveld). Met uitzondering van De Rotbrink zijn alle bedrijventerreinen volledig uitgegeven. Vooral in de eerste jaren dat De Rotbrink op de markt kwam, zijn hectares verkocht. Daarna stokte de uitgifte. Vanaf 2012 viel deze zelfs geheel stil. Door de gemeente Ommen is aan Bureau Louter en bruno steiner advies verzocht te onderzoeken wat de redenen zijn voor de matige verkoop en een prognose op te stellen voor te verwachten ontwikkelingen. Daarbij zijn tevens de financiële gevolgen voor de gemeentefinanciën doorgerekend.
Uit onderstaande figuur blijkt dat het overgrote deel van de sinds 2000 op de bedrijventerreinen in de kern gevestigde bedrijven uit de naaste omging komt. Daarbij zijn de diverse verplaatsingen op en tussen de bedrijventerreinen in Ommen nog niet eens op de kaart gezet.

Verplaatsingen naar bedrijventerreinen in de kern Ommen

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Assen
In samenwerking met: Grontmij

Ten behoeve van de herijking van de Structuurvisie heeft de gemeente Assen aan Bureau Louter en Grontmij verzocht om actuele prognoses te maken van de vraag naar ruimte, onderscheiden naar bedrijventerreinen, kantoorruimte, winkelruimte en ruimte voor toerisme & recreatie. Een belangrijk resultaat van het onderzoek was dat de prognoses voor de vraag naar ruimte waar tot nu toe van werd uitgegaan te optimistisch waren, met name voor kantoorruimte en winkelruimte. Er ligt een aanzienlijke transformatieopgave voor de gemeente Assen. In onderstaande figuur staan de prognoses voor de ontwikkeling van de hoeveelheid verhuurde kantoorruimte bij een ruimtelijke doorvertaling van vier Lange Termijn scenario's. Naast ontwikkelingen voor Assen als geheel is daarbij een onderscheid gemaakt naar deelgebieden.

Prognose jaarlijkse vraag naar kantoorruimte Assen, 2014-2035
 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Assen

Naast een gezamenlijk met Grontmij opgesteld hoofdlijnenrapport heeft Bureau Louter tevens een zeer uitvoerige ruimtelijk-economische analyse van Assen opgesteld. Daarin is ingegaan op de economische specialisaties van Assen, de ontwikkeling van verschillende economische sectoren, de verdeling over Assen van ruimte voor bedrijventerreinen, kantoorruimte en winkelruimte en prognoses van de ontwikkeling van de werkgelegenheid en de ruimtevraag. Ook is ingegaan op vraagstukken rond herstructurering en transformatie. De resultaten van een door Bureau Louter nieuw ontwikkeld model voor de toekomstige vraag naar winkelruimte staan hieronder. Uit de prognose waarin rekening is gehouden met nationale verschillen in ontwikkeling tussen detailhandelsegmenten, met de invloed van internet en met regionale factoren (zoals de bevolkingsontwikkeling in en rond Assen) en specifieke lokale omstandigheden, blijkt onder andere dat vooral in de binnenstad het in gebruik zijnde winkelvloeroppervlak zal afnemen.

Prognose ontwikkeling winkelruimte per gebied volgens de basisprognose
Toelichting:
Weergegeven is het bruto vloeroppervlak aan in gebruik zijnde winkelruimte in 2014 en het verwachte vloeroppervlak aan in gebruik zijnde winkelruimte in 2025 en 2035 volgens het scenario TM, midden. Wanneer de stippen rechts van het uiteinde van het staafje liggen, is sprake van een toename, wanneer ze links van het uiteinde liggen is sprake van een afname. ‘Stadsbedrijvenpark’ heeft hier betrekking op het bedrijventerreindeel van het Stadsbedrijvenpark inclusief de PDV-locatie Borgstee. De berekeningen zijn opgesteld in 2014, toen nog niet openbaar was dat eventueel een Factory Outlet Center zou worden gevestigd.
 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Aa en Hunze

De gemeente Aa en Hunze heeft aan Companen en Bureau Louter gevraagd het toekomstperspectief voor woningbouw en bedrijventerreinen te bepalen. Het onderdeel 'bedrijventerreinen' is daarbij uitgevoerd door Bureau Louter.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Provincie Fryslân

De Provincie Fryslân heeft Bureau Louter verzocht prognoses voor de vraag naar bedrijventerreinen op te stellen, onderscheiden naar een aantal deelgebieden. Tevens is een onderscheid gemaakt naar economische sectoren. Voor Fryslân als geheel is de totale vraag naar bedrijventerreinen (volgens het zogenaamde Transatlantic Market scenario) uitgesplitst naar de componenten werkgelegenheidsgroei ('werkgelegenheidseffect'), verplaatsing van bedrijvigheid uit de woonbebouwing en het woongebied naar bedrijventerreinen ('locatietypevoorkeureffect') en de ontwikkeling van het ruimtebeslag per arbeidsplaats ('terreinquotiënteffect'). De grootste ruimtevraag valt te verwachten uit groothandel (waaronder distributiecentra van webwinkels). Duidelijk is ook dat werkgelegenheidsgroei in de toekomst niet meer de drijvende kracht zal zijn achter de vraag naar bedrijventerreinen (evenals in veel andere delen van Nederland overigens).

Uitbreidingsvraag naar bedrijventerreinen per sector, naar componenten.
Transatlantic Market scenario, 2014-2029, netto hectares per jaar
 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Emmen

In dit rapport zijn ontwikkelingen op de markt van bedrijventerreinen in Emmen bepaald. Daartoe zijn vraagprognoses bepaald, is een historische analyse gemaakt van uitgiftes in het verleden (waaronder incidentele grote uitgiftes), zijn acquisitietrajecten beoordeeld naar hun kansrijkheid en is specifiek aandacht besteed aan de ontwikkeling van logistiek vastgoed. Vooral het zuiden van Nederland is relatief sterk in logistiek vastgoed.

Potentiaalscores relatieve vertegenwoordiging logistiek vastgoed (vierkante meter vloeroppervlak)
Per vierkante kilometer landoppervlak     Per inwoner van 15-64 jaar
Toelichting:
Bij potentiaalscores wordt de score voor een gemeente bepaald door alle gemeenten binnen een straal van 20 kilometer, met een recht evenredig met de afstand afnemende bijdrage (een ‘ruimtelijk voortschrijdend gemiddelde). Bovengemiddelde scores zijn met rood aangegeven, benedengemiddelde met blauw.
 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Regio Eemsdelta

Als onderdeel van een onderzoek naar de markt voor bedrijventerreinen heeft Bureau Louter onderzoek verricht naar de ‘overige bedrijventerreinen’ (exclusief de zeehaventerreinen). Daarbij is op basis van een door Bureau Louter in eigen beheer ontwikkeld prognosemodel de vraag naar bedrijventerreinen bepaald en geconfronteerd met het aanbod. Onderscheid is gemaakt naar de vier Lange Termijn scenario’s van het Centraal Planbureau en naar twee deelgebieden binnen de regio (Oost, bestaande uit Delfzijl en Appingedam en West, bestaande uit Loppersum en Eemsdelta). In onderstaande tabel staat de confrontatie van vraag en aanbod, waarbij voor het aanbod een drietal ‘varianten’ is onderscheiden.

Aanbod bedrijventerreinen min vraag, drie varianten, in netto hectares
  2013-20202013-2030
Type aanbod (3 varianten)RCSETMGERCSETMGE
1. Uitgeefbaar        
Oost46,842,037,435,155,944,941,531,7
West2,70,0-2,4-3,57,21,2-0,9-7,0
         
Eemsdelta49,542,035,031,663,146,140,624,7
         
2. Uitgeefbaar en Reserve        
Oost60,856,051,449,169,958,955,545,7
West3,71,0-1,4-2,58,22,20,1-6,0
         
Eemsdelta64,557,050,046,678,161,155,639,7
         
3. Uitgeefbaar, Reserve, Plannen        
Oost64,359,554,952,673,462,459,049,2
West11,79,06,65,516,210,28,12,0
         
Eemsdelta76,068,561,558,189,672,667,151,2

Toelichting:
Weergegeven is het saldo van aanbod minus vraag in de aangegeven periode in netto hectares. Aangenomen is dat alle plannen worden gerealiseerd (in de periode 2013-2020). Een positieve score betekent dat het aanbod hoger is dan de vraag. Er is dan een overschot. Een negatieve score betekent dat de vraag hoger is dan het aanbod. Er is dan een tekort. Er zijn drie varianten onderscheiden bij het type aanbod:

  1. Uitgeefbaar: Op dit moment uitgeefbaar door gemeenten of Groningen Seaports
  2. Uitgeefbaar en Reserve: Uitgeefbaar, aangevuld met nog niet bebouwd areaal in bezit van bedrijven
  3. Uitgeefbaar, Reserve, Plannen: Uitgeefbaar en Reserve, aangevuld met Plannen

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Regio Eemsdelta
In samenwerking met: Bureau BUITEN

In een prettige samenwerking met Bureau BUITEN (Sander Kooijman, Maarten Kruisselbrink en Rutger van Raalten) en Jan Doorakkers (Doorakkers Advies; voorzitter van twee werksessies met het regionaal bedrijfsleven) heeft Bureau Louter (hoofdaannemer) onderzoek verricht naar de markt voor bedrijventerreinen in de regio Eemsdelta. Bureau BUITEN was daarbij verantwoordelijk voor de zeehaventerreinen, Bureau Louter voor de ‘overige’ bedrijventerreinen. In dit samenvattende rapport zijn de twee deelrapporten samengevat en voorzien van een ‘ handreiking’ voor te voeren beleid door de regionale overheden.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Regio Oost-Groningen

In dit onderzoek zijn vraag en aanbod op de markt voor bedrijventerreinen bepaald tot en met 2030. Naast analyses van statistische gegevens en het opstellen van prognoses hebben tevens drie werksessies met het regionaal bedrijfsleven plaatsgevonden (onder voorzitterschap van Jan Doorakkers van Doorakkers Advies). De conclusie uit het onderzoek is dat huidige voorraad uitgeefbare bedrijventerreinen ruim voldoende is om aan de vraag voor de komende decennia te voldoen, waarbij er tussen deelgebieden wel verschillen bestaan in de mate waarin overschotten dreigen te ontstaan.

Realisatie uitgifte en prognose vraag bedrijventerreinen Oost-Groningen, vier scenario’s

Bron: IBIS (realisatie) en Bureau Louter (prognoses)

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Regionaal Topoverleg Techniek Haaglanden

Het Regionaal Topoverleg Techniek Haaglanden wenst inzicht in de regionale arbeidsmarkt voor technici in Haaglanden, met een accent op het MBO-niveau. Naast zicht op de huidige situatie is het daarbij ook de vraag welke ontwikkelingen op middellange termijn (tot 2017) kunnen worden verwacht. Het Regionaal Topoverleg heeft aan Bureau Louter verzocht daar onderzoek naar te verrichten. Deze rapportage bevat het resultaat daarvan. Naast de economie en het arbeidsaanbod is tevens uitvoerig aandacht besteed aan het onderwijs. In onderstaand kaartbeeld staat het aantal gediplomeerden in technische MBO-opleidingen per gemeente in Nederland. Hoewel een deel daarvan nog doorstudeert, geeft dit een indicatie van ruimtelijke verschillen in instroom op de arbeidsmarkt.

Relatief aantal gediplomeerden in technisch MBO per gemeente

Bron: DUO; bewerking Bureau Louter
Weergegeven is het aantal behaalde MBO-diploma’s per inwoner van 14-17 jaar, drie jaar eerder. Er is van uitgegaan dat de meeste MBO’ers hun diploma halen in de leeftijdsklasse 17-20 jaar. Wanneer die leeftijdsklasse als referentie zou worden genomen zouden de resultaten worden verstoord in universiteitssteden: er wordt dan gedeeld door een veel te groot getal. Aangezien MBO-studenten vrijwel nooit verhuizen voor hun studie, is het aantal inwoners van 14-17 jaar drie jaar eerder dan het jaar van het behalen van het diploma in hoge mate representatief voor het aantal inwoners van 17-20 jaar op het moment van behalen van het diploma, gecorrigeerd voor universiteitsstudenten.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Amstelring (vertrouwelijk rapport)

Woonzorgcentrum Sint Jacob is een verpleeg- en verzorgingshuis, dat in 1866 is opgericht. Sint Jacob ligt in het centrum van Amsterdam, aan Plantage Middenlaan 52, tegenover Artis. Momenteel vinden ingrijpende maatregelen in de zorg plaats. Voor ouderen met een ZZP-indicatie tot en met niveau 3 zal in de toekomst geen plaats meer zijn in een verzorgings- of verpleeghuis. Ook bij ouderen met lichamelijke klachten met een ZZP-indicatie op niveau 4 is het de bedoeling dat zij zo veel mogelijk thuis blijven wonen. Voor degenen met een ZZP-indicatie op niveau 4 in verband met dementie wordt ook in de toekomst nog voorzien in opvang in een verpleeghuis. Door deze ontwikkelingen zal de ‘markt’ voor verzorgingshuizen vrijwel verdwijnen. Amstelring overweegt daarom sloop van het woonzorgcentrum Sint Jacob en wenst op de vrijgekomen ruimte van ruim een hectare huurappartementen te plaatsen voor de doelgroep senioren (’65-plussers’). Aan Bureau Louter is verzocht te onderzoeken wat de kansrijkheid is van een te ontwikkelen complex met huurappartementen voor senioren op de huidige locatie van woonzorgcentrum Sint Jacob.

Tot de vele aspecten die een rol spelen (woonaantrekkelijkheid, inkomen, demografische ontwikkelingen, potentiële doelgroepen, woningprijzen/huren), behoort de demografische ontwikkeling naar leeftijd. Uit de twee kaartbeelden blijkt bijvoorbeeld dat het aandeel van inwoners in de leeftijdsklasse 55-64 jaar (potentiële toekomstige huurders) de laatste jaren sterk is toegenomen in de binnenstad van Amsterdam.

Aandeel inwoners 55-64 jaar in totale bevolking buurten, 1998 en 2012

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Strategische Board Stedendriehoek

De Strategische Board Stedendriehoek wenst inzicht in de regionale arbeidsmarkt van de Stedendriehoek in brede zin: naast de arbeidsmarkt zelf zijn daarbij ook aspecten als de economie, de bevolkingsontwikkeling, de woonaantrekkelijkheid en het onderwijs van belang. Dit rapport bevat het resultaat van een door Bureau Louter uitgevoerd onderzoek. Daarin staan onder andere vraag-aanbod confrontaties voor verschillende opleidingstypen.
Uit onderstaande figuur wordt onder andere duidelijk dat de instroom van wetenschappelijk opgeleiden (degenen die in de Stedendriehoek wonen op het moment dat zij hun universitaire diploma halen) zeer laag is in de regio. Het aantrekken van hoog opgeleide ‘kenniswerkers’ vormt dan ook één van de belangrijkste uitdagingen waar de regio zich voor gesteld ziet.

Instroom 2013-2016 in procenten van arbeidsplaatsen ultimo 2012, Stedendriehoek

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Leiden

Bureau Louter heeft een uitvoerig onderzoek uitgevoerd naar de arbeidsmarkt van de Leidse regio. Dat diende twee doelen, namelijk het leveren van onderbouwende analyses voor een op te stellen Actieplan Arbeidsmarkt voor de gemeente Leiden en het leveren van een bijdrage aan de Economische Agenda Leidse regio. In het onderzoek is onder andere bepaald voor welke opleidingstypen op middellange termijn (4 à 5 jaar) tekorten of overschotten lijken te gaan ontstaan in de Leidse regio. In onderstaande figuur is dat ge´llustreerd voor een aantal brede opleidingstypen (de BI-balans: Baanopeningen versus de Instroom op de arbeidsmarkt).

BI-balans naar opleidingstype, -niveau en –richting tot 2017

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Provincie Drenthe

De laatste jaren is de uitgifte van bedrijventerreinen in de provincie Drenthe sterk teruggelopen. Tegelijk is sprake van een aanzienlijk aanbod aan uitgeefbare terreinen en harde plannen in delen van de Provincie. Door de Provincie Drenthe is daarom aan Bureau Louter gevraagd om prognoses op te stellen voor de vraag naar bedrijventerreinen en een confrontatie met het aanbod voor de komende twintig jaar. De prognoses zijn opgesteld per gemeente, naar verschillende economische sectoren en naar een viertal economische scenario’s. De resultaten wijzen uit dat er tussen delen van de provincie verschillen bestaan in de mate waarin overschotten aan bedrijventerreinen dreigen te ontstaan.

Een interessante nieuwe toepassing in het onderzoek was het bepalen van de mate van veroudering van de bedrijventerreinen aan de hand van het bouwjaar van de panden. Dat is per bedrijventerrein bepaald. In onderstaande figuur staan de totalen per gemeente.

Bouwperioden panden op bedrijventerreinen per gemeente in Drenthe

Toelichting: Op basis van het bouwjaar van de panden op de bedrijventerreinen is een verdeling naar acht bouwperioden gemaakt. Tevens is het ‘gemiddeld bouwjaar’ berekend.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Ministerie van Economische Zaken

Dit rapport is door Bureau Louter opgesteld in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken in het kader van hun deelname aan het project Techniekpact. Daarbij waren, naast het Ministerie van Economische Zaken, betrokken het Ministerie van SZW, het Ministerie van OCW, Platform Bèta Techniek, de regio Brainport, het bedrijfsleven, het onderwijs en de sociale partners. Resultaten uit dit onderzoek zijn opgenomen in het eindrapport ‘Nationaal techniekpact 2020’. Bureau Louter heeft vraag-aanbod confrontaties opgesteld voor 42 verschillende technische opleidingen, met een onderscheid naar 30 regio’s.

Ontwikkeling werkgelegenheid technisch opgeleiden, 2011-2016

Toelichting: Ontwikkeling arbeidsplaatsen per 1000 gemiddeld in periode woonachtige inwoners 15-64 jaar

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Platform Bèta Techniek

De regering heeft tien topsectoren aangewezen. Platform Bèta Techniek heeft aan Bureau Louter verzocht een arbeidsmarktanalyse te maken van die topsectoren, met een accent op techniek (om die reden zijn hoofdsectoren, tuinbouw en uitgangsmaterialen en landbouw binnen agro&food niet in de analyse meegenomen). Daartoe heeft Bureau Louter eerst de topsectoren vertaald in zogenaamde ‘sbi-codes’. Aldus is de omvang bepaald van de topsectoren in termen van arbeidsplaatsen en aantal vestigingen, alsmede de ontwikkeling daarvan sinds 1996. Ook zijn prognoses opgesteld voor de ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen. Daarnaast is de ruimtelijke spreiding van de topsectoren over Nederland bepaald. Tenslotte is bepaald wat de belangrijkste beroepen en opleidingen per topsector zijn.

 
Terug naar boven

Opdrachtgevers: Regio Groningen-Assen en Gemeente Groningen

De laatste jaren is de uitgifte van bedrijventerreinen in de regio Groningen-Assen sterk teruggelopen. Tegelijk is sprake van een aanzienlijk aanbod aan uitgeefbare terreinen en harde plannen. Door de Regio Groningen-Assen en de gemeente Groningen is daarom aan Bureau Louter gevraagd om prognoses op te stellen voor de vraag naar bedrijventerreinen en een confrontatie met het aanbod voor de komende twintig jaar. Daarbij is een onderscheid gemaakt naar zes deelgebieden binnen de regio, naar verschillende economische sectoren en naar een viertal economische scenario’s. De resultaten wijzen uit dat zelfs volgens de hoogste groeiscenario’s overschotten op de markt voor bedrijventerreinen dreigen. Dat noopt tot het maken van keuzes over te ontwikkelen terreinen.

Klik op de verkleinde weergave hieronder om een grote weergave te zien.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam

Het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam wenste inzicht in de ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen in de zorgeconomie en de daarmee gepaard gaande vraag naar ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid in de zorgeconomie. In termen van arbeidsplaatsen blijkt de zorgeconomie veruit de belangrijkste groeisector in de Rotterdamse economie te zijn. In termen van de vraag naar ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid blijkt daar minder sprake van te zijn, omdat het grootste deel van de bedrijvigheid in de zorgeconomie van (middel)grote omvang is .

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Platform Bèta Techniek

De huidige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt lijken niet gunstig voor technisch opgeleiden. Op grond van een combinatie van prognoses van ROA met recente arbeidsmarktprognoses van UWV WERKbedrijf heeft Bureau Louter prognoses voor de periode 2010-2014 (in plaats van 2009-2013, zoals door ROA gebeurt) opgesteld. Aangezien de gemiddelde opleidingsduur minstens vier jaar bedraagt lijkt de ontwikkeling van de arbeidsmarkt tot en met ultimo 2014 relevanter voor degenen die in 2010 hun studiekeuze moeten bepalen dan de ontwikkeling tot en met ultimo 2013. Uit de analyse blijkt dat het arbeidsmarktperspectief voor technisch opgeleiden op middellange termijn aanzienlijk gunstiger is dan op basis van de huidige situatie op de arbeidsmarkt aangenomen wordt.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Provincie Limburg

Evenals vorig jaar heeft Bureau Louter ten behoeve van het project RAIL prognoses opgesteld voor de ontwikkeling van de vraag naar arbeidsplaatsen (uitbreidingsvraag en vervangingsvraag) in Limburg, onderscheiden naar drie regio’s, naar sectoren en naar opleidingstypen. Nieuw dit jaar was een confrontatie van vraag naar en aanbod van arbeid voor gedetailleerde opleidingstypen op MBO- en HBO-niveau. Het aanbod wordt daarbij voornamelijk bepaald door schoolverlaters. Ten behoeve van dit project is door Bureau Louter een nieuwe methodiek ontwikkeld om de regionale instroom van schoolverlaters per opleidingstype te bepalen. Daardoor ontstaat inzicht aan te verwachten overschotten of tekorten op per opleidingstype op middellange termijn.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam

In het kader van de werkgelegenheidsmonitor Rotterdam, najaar 2009, heeft Bureau Louter prognoses opgesteld voor de ontwikkeling van het aantal banen (uitbreidingsvraag) en het aantal baanopeningen (uitbreidingsvraag plus vervangingsvraag) op middellange termijn voor Rotterdam. Daarbij is onderscheid gemaakt naar sectoren, opleidingsniveau, -type en –richting en naar beroepsniveau en -richting. Tevens zijn, op verzoek van het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam, prognoses opgesteld van de vraag naar arbeid in 127 gedetailleerde beroepen. Mede daarop kan worden bepaald aan welk type opleidingen de komende jaren het meest behoefte bestaat.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam

In 2005 zijn door Bureau Louter prognoses opgesteld voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid in kleine bedrijven (minder dan twintig werkzame personen) en van de ruimtebehoefte van kleine bedrijven in de periode 2005-2009. Die prognoses zijn nu vergeleken met de gerealiseerde ontwikkelingen en er zijn verklaringen geleverd voor opgetreden verschillen tussen prognose en realisatie. Mede op basis daarvan is de prognosemethodiek verder aangescherpt en zijn prognoses opgesteld voor de periode 2010-2014. Meer dan voorheen wordt verwacht dat de vraag naar ruimte plaats zal vinden binnen woongebieden. De trek naar bedrijventerreinen zal lager zijn dan in het verleden, mede omdat het aanbod aan droge bedrijventerreinen de komende jaren beperkt zal zijn.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Ministerie van Verkeer en Waterstaat

In het kader van de Lange Termijn Verkenning Schiphol zijn met het model Aeolus berekeningen gemaakt om de knooppuntfunctie van Schiphol te bepalen voor de vier WLO-scenario’s. Naast de knooppuntfunctie wenste het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, directie DGLM, tevens inzicht te verwerven in de vestigingsplaatsfunctie van Schiphol. Aan Bureau Louter is verzocht daarnaar onderzoek te verrichten. Het doel van het onderzoek was daarbij het omzetten van resultaten van Aeolus in economische effecten, met inbegrip van de ruimtelijke verdeling daarvan. Bureau Louter heeft dit onderzoek uitgevoerd in de periode half september tot en met eind november 2008. De vestigingsplaatsfunctie van Schiphol is bepaald in termen van arbeidsplaatsen en toegevoegde waarde, voor Nederland totaal en onderscheiden naar regio’s. Tevens is bepaald waar de mensen die werken bij Schipholgerelateerde bedrijvigheid wonen en is berekend hoeveel hectares aan bedrijventerreinen en kantoorruimte gepaard gaan met Schipholgerelateerde bedrijvigheid, alsmede de ruimtelijke verdeling daarvan.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Provincie Limburg

In opdracht van de Provincie Limburg is door Berenschot en ETIN Adviseurs de Regionale Arbeidsmarktmonitor Limburg (RAIL) 2008 opgesteld. In dat kader heeft Bureau Louter prognoses gemaakt voor de vraagkant van de arbeidsmarkt voor de periode 2008-2013. Dat is gebeurd voor Limburg als geheel en voor een onderscheid naar drie regio’s (Noord, Midden en Zuid). De prognoses zijn opgesteld voor economische sectoren, beroepen en opleidingen. Naast de ‘uitbreidingsvraag’ is tevens de ‘vervangingsvraag’ (vraag naar arbeid als gevolg van de uitstroom van werknemers als gevolg van pensioen, arbeidsongeschiktheid of, al dan niet tijdelijk, terugtreden van de arbeidsmarkt). Daarbij is onder andere rekening gehouden met de leeftijdsspecifieke opbouw van de werkgelegenheid bij Limburgse bedrijven en instellingen.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Delft

Tot de aandachtspunten van het gemeentelijk beleid van de gemeente Delft behoort het zorgdragen voor bedrijfsruimte voor startende bedrijven, met name in bedrijfsverzamelgebouwen. Dat geldt vooral voor bedrijven die passen in het Delfts economisch profiel (kennisintensieve, creatieve, innovatieve bedrijvigheid). In de afgelopen tien jaar is de bedrijvigheid in die bedrijfsverzamelgebouwen sterk toegenomen. Bovendien hebben doorstromers die de bedrijfsverzamelgebouwen na een succesvolle start inmiddels verlaten hebben elders in Delft en de regio voor vele honderden arbeidsplaatsen gezorgd. Als gevolg van de aanleg van de spoorzone zal een aanzienlijk deel van de ruimte in bedrijfsverzamelgebouwen verloren gaan door sloop. Dat vormde voor de gemeente Delft aanleiding om aan Bureau Louter te verzoeken een onderzoek uit te voeren naar de vraag naar ruimte in bedrijfsverzamelgebouwen op middellange en lange termijn.
Uit het onderzoek van Bureau Louter is gebleken dat het aanbod van ruimte in bedrijfsverzamelgebouwen, mede als gevolg van omvangrijke onttrekkingen aan de voorraad, op middellange termijn ver achter zal blijven bij de vraag naar dergelijke bedrijfsruimte. Aanbevolen is aandacht te besteden aan het genereren van voldoende bedrijfsruimte voor kennisintensieve startende bedrijven.
Ten behoeve van het onderzoek is onder andere een rekenmodel opgesteld om aan de hand van bepaalde indicatoren de verwachte vraag naar bedrijfsruimte te schatten. Het verband tussen realisatie en verwachting op basis van het model staan in onderstaande figuur. In de grijs aangegeven jaren is sprake geweest van nieuw aanbod van bedrijfsverzamelgebouwen.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: UWV WERKbedrijf
In samenwerking met UWV WERKbedrijf en SEOR

In de UWV WERKbedrijf prognoses is dit jaar voor het eerst gebruik gemaakt van een nieuwe indeling in dertig gebieden. Voorheen werd gebruik gemaakt van een indeling in 24 regio’s. In de periode 2010-2011 wordt in alle regio’s, met uitzondering van Flevoland en Gelderland Zuid nog een afname van het aantal arbeidsplaatsen voorzien. In de periode 2012-2015 echter zal de arbeidsmarkt zich naar verwachting in alle regio’s herstellen.

Aantal banen van werknemers en de gemiddelde jaarlijkse procentuele verandering in het aantal banen van werknemers per AMR-gebied

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: UWV WERKbedrijf
In samenwerking met UWV WERKbedrijf en SEOR

De zeer ingrijpende effecten op de werkgelegenheid van de kredietcrisis zijn in alle regio’s in Nederland merkbaar. In de periode 2009-2010 zal het aantal arbeidsplaatsen in geen enkele van de 24 onderscheiden regio’s toenemen. Vooral in industrie, distributieactiviteiten en zakelijke en financiële diensten wordt een sterke afname van het aantal arbeidsplaatsen voorzien.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: CWI Nederland
In samenwerking met CWI Nederland en SEOR

De prognoses voor de ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen wijzen uit dat van de 24 regio’s in de periode 2008-2013 de sterkste groei van het aantal arbeidsplaatsen wordt voorzien in respectievelijk Flevoland, Utrecht-Midden, Nijmegen + Rivierenland en Eemland (gebieden die centraal in Nederland liggen). De minst gunstige ontwikkelingen worden voorzien in respectievelijk Zuid-Limburg, Haaglanden, Gooi en Vechtstreek en Rijnmond (gebieden die te kampen hebben met bevolkingskrimp of economische herstructurering).

Ontwikkeling banen van werknemers 2008-2013, in afwijking van het nationaal gemiddelde (% per jaar)

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: CWI Nederland
In samenwerking met CWI Nederland en SEOR

Het aantal banen van werknemers zal in 2007 en 2008 naar verwachting met ongeveer 1.5% per jaar toenemen. Daarna vlakt het groeitempo af naar 0.9% per jaar in de periode 2009-2012. Tussen regio’s bestaan verschillen. Vooral de Noordvleugel van de Randstad profiteert naar verwachting bovengemiddeld van de verwachte hoogconjunctuur.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: CWI Nederland
In samenwerking met: SEOR en ECORYS

De ontwikkeling van het aantal banen van werknemers kan worden gebundeld naar groepen van regio’s. Dan blijkt dat de voor de regio’s in de zone grenzend aan de Randstad de verwachtingen in termen van procentuele groei het hoogst zijn. Binnen de groep van vier grootstedelijke regio’s wordt de hoogste groei voor de jaren 2006 en 2007 voorzien voor de twee regio’s in de Norodvleugel van de Randstad.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: CWI
In samenwerking met: SEOR, ECORYS en CWI

Evenals in 2002, 2003 en 2004 heeft Bureau Louter de regionale werkgelegenheidsontwikkeling per economische sector bepaald ten behoeve van de Arbeidsmarktprognoses van het CWI.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: CWI Nederland
In samenwerking met: ECORYS-NEI en SEOR.

Evenals in 2002 en 2003 heeft Bureau Louter weer een bijdrage geleverd aan het opstellen van de Regionale arbeidsmarktprognoses 2004-2009. Bureau Louter maakt daarbij naar economische sectoren onderscheiden prognoses voor de regionale ontwikkeling van de werkgelegenheid.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: CWI
In samenwerking met: SEOR en ECORYS-NEI

Evenals vorig jaar heeft Bureau Louter een bijdrage geleverd aan de districtsrapportages van de Regionale Arbeidsmarktprognoses.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: CWI
In samenwerking met: TNO Inro, ECORYS-NEI, SEOR

Jaarlijks brengt CWI (voorheen Arbeidsvoorziening Nederland) arbeidsmarktprognoses voor de komende jaren uit. Daarin worden naast nationale ontwikkelingen (met een gedetailleerd onderscheid in economische sectoren) tevens regionale ontwikkelingen voor een kleine dertig regio’s in beeld gebracht.
Bureau Louter heeft binnen het samenwerkingsverband van vier onderzoeksbureaus de prognoses voor de regionale werkgelegenheid verzorgd. Daartoe is een rekenmodel ontwikkeld waarmee prognoses van de ontwikkeling van het aantal banen in de komende vijf jaar worden opgesteld, met een onderscheid naar 15 economische sectoren.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Platform Arbeidsmarktbeleid Rijnmond.
In samenwerking met: SEOR.

Voor het derde achtereenvolgende jaar wordt het Sfeerbeeld opgesteld in een samenwerkingsverband tussen SEOR en Bureau Louter. Inzicht wordt gegeven in te verwachten ontwikkelingen in de periode 2006-2012 wat betreft het aantal banen en baanopeningen. Verder wordt ingegaan op de ontwikkeling van het aantal niet-werkende werkzoekenden en op ontwikkelingen in het onderwijs (aantallen leerlingen).

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Platform Arbeidsmarktbeleid Rijnmond.
In samenwerking met: SEOR.

In het sfeerbeeld wordt onder andere ingegaan op de ontwikkeling van de werkgelegenheid, de ontwikkeling van de beroepsbevolking, de ontwikkeling van de pendel en de ontwikkeling van het aantal baanopeningen. Daarbij wordt Rijnmond onderverdeeld naar acht gebieden en wordt een onderscheid gemaakt naar diverse economische sectoren. De groei naar gebieden en naar sectoren kan sterk verschillen. Zie als illustratie daarvoor de onderstaande tabel. Zo blijft in procenten gerekend de werkgelegenheidsgroei in Rotterdam achter bij de andere delen van Rijnmond en is de verwachte werkgelegenheidsontwikkeling voor industrie, openbaar bestuur en onderwijs duidelijk minder gunstig dan voor de andere economische sectoren.

Ontwikkeling arbeidsplaatsen Rijnmond, 2006-2011 (%)

 Drecht-HoekscheAlblasser-Goeree-NieuweVoorneRestRotterdamOverig
 stedenWaardwaard/Over-Water-PuttenRijnmond Nederland
   Vijfheeren-flakkeeweg excl.  
   landen   Rotterdam  
 
Industrie
-4.8%
2.0%
-4.0%
6.9%
-6.8%
3.5%
-3.3%
-5.7%
1.8%
Bouwnijverheid
7.2%
25.3%
6.1%
22.5%
17.1%
26.3%
12.8%
15.4%
14.8%
Groothandel
5.8%
12.7%
10.8%
8.3%
4.1%
14.2%
11.8%
6.2%
17.6%
Transport
10.6%
14.2%
13.0%
5.5%
7.0%
9.1%
5.3%
0.9%
9.5%
Kennisdiensten
16.3%
18.6%
15.8%
11.4%
12.0%
14.9%
12.1%
5.1%
13.3%
Detailhandel
14.9%
13.8%
11.0%
13.5%
12.7%
16.0%
17.9%
10.7%
13.4%
Belevingsdiensten
19.1%
19.9%
17.9%
17.7%
19.2%
21.5%
20.8%
15.1%
13.3%
Openbaar bestuur
3.5%
4.1%
1.2%
-1.7%
6.5%
7.2%
11.1%
2.9%
3.4%
Onderwijs
3.7%
-1.6%
-1.3%
-1.9%
5.2%
2.2%
6.0%
1.4%
2.1%
Zorgsector
14.1%
15.9%
15.0%
10.3%
16.7%
19.7%
19.0%
11.7%
13.8%
Ambulante act.
14.6%
16.2%
12.7%
13.1%
13.6%
19.0%
13.4%
8.3%
14.7%
Overig
4.1%
6.3%
1.5%
6.1%
2.7%
9.2%
4.8%
0.1%
3.9%
Totaal
9.0%
12.0%
7.9%
9.9%
9.8%
14.1%
11.6%
6.2%
10.3%
 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Platform Arbeidsmarktbeleid Rijnmond.
In samenwerking met: SEOR.

Jaarlijks brengt Platform Arbeidsmarktbeleid Rijnmond verslag uit van relevante arbeidsmarktontwikkelingen in de regio Rijnmond. Het onderzoek daarvoor is dit jaar uitgevoerd door SEOR en Bureau Louter. De bijdrage van Bureau Louter bestond uit het opstellen van prognoses voor de vraagkant van de arbeidsmarkt voor een achttal deelgebieden in Rijnmond. Prognoses gemaakt voor het CWI zijn daarbij met behulp van het AREA-model uitgesplitst naar een gedetailleerd ruimtelijk en bedrijfssectorenniveau. Het onderzoek geeft inzicht in de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de periode 2005-2010, onderscheiden naar economische sectoren, opleidingsniveau en beroepen en in het aantal baanopeningen.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: CWI Nederland
In samenwerking met: ECORYS-NEI en SEOR.

Evenals in 2002 en 2003 heeft Bureau Louter een bijdrage geleverd aan de districtsrapportages van de Regionale Arbeidsmarktprognoses.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: CWI Nederland
In samenwerking met: ECORYS-NEI en SEOR.

 
Terug naar boven

Zes rapportages: De arbeidsmarkt (2002-2007) in district Noord, Oost, Midden-West, Noord-West, Zuid-West, Zuid-Oost.
Opdrachtgever: CWI
In samenwerking met: ECORYS-NEI, TNO Inro, SEOR

In vervolg op de Regionale Arbeidsmarktprognoses is voor een zestal districten een rapportage opgesteld met arbeidsmarktontwikkelingen in de komende jaren. Per district is daarbij tevens onderscheid gemaakt in een aantal deelgebieden erbinnen.
Ter illustratie is hieronder te zien het aantal niet-werkende werkzoekenden (NWW’ers) in Zuid/ Midden-Drenthe en het Noorden in 2003 volgens de prognose.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Planbureau voor de Leefomgeving

In het kader van de discussie over een ‘schaalsprong’ (extra woningen) in Almere is door het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving een kosten-baten analyse uitgevoerd. Ten behoeve daarvan zijn door Significance en Bureau Louter prognoses opgesteld voor het aantal inwoners en arbeidsplaatsen in Almere tot 2040. Bureau Louter was daarbij verantwoordelijk voor de prognose van het aantal arbeidsplaatsen. Daarbij is onderscheid gemaakt naar zeven economische sectoren en zijn drie varianten doorgerekend (concentratie van de verstedelijking aan de oostzijde, aan de westzijde en een mengvorm). Tevens heeft per variant een inschatting van de ruimtelijke spreiding van de groei van de werkgelegenheid over Almere plaatsgevonden. Daarvoor is een nieuwe methodiek ontwikkeld waarin naast de vraag naar werkgelegenheid tevens het aanbod is betrokken (bestaande en geplande ruimte voor bedrijventerreinen en kantoren, met per variant onderling verschillende ruimtelijke accenten). Uit het onderzoek blijkt onder andere dat bij de schaalsprong (een toename van 60.000 woningen tot 2040) de ‘natuurlijke vraag naar arbeid’ 50.000 arbeidsplaatsen zal bedragen en niet 100.000 arbeidsplaatsen (de ambitie van de gemeente Almere).

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Planbureau voor de Leefomgeving

Het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving stellen momenteel een Kosten Baten Analyse op van een mogelijke ‘schaalsprong’ in de ontwikkeling van Almere. De schaalsprong betreft het extra toevoegen (in de periode tot 2030) van 30.000 nieuwe woningen aan de 30.000 die zonder schaalsprong zullen worden gebouwd in Almere. Aan Bureau Louter, Significance en Stratelligence is verzocht de ontwikkeling van het aantal inwoners en de economische effecten in termen van de ontwikkeling van de werkgelegenheid door te rekenen met behulp van het door deze bureaus in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat ontwikkelde TIGRIS XL model. Daarbij is de situatie met en de situatie zonder schaalsprong vergeleken. Geconcludeerd is dat de schaalsprong (30.000 woningen extra) zal leiden tot een toename met 67 duizend inwoners en 22.5 duizend arbeidsplaatsen in Almere. Winst van arbeidsplaatsen in Almere leidt tot verlies van arbeidsplaatsen in andere delen van Nederland (vooral in omliggende gemeenten). In het kaartbeeld is aangegeven welke herverdeling van arbeidsplaatsen naar verwachting op zal gaan treden.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Milieu en Natuurplanbureau
In samenwerking met: Significance en Stratelligence

Met behulp van het TIGRXIS XL (TXL) model zijn aanvullende analyses uitgevoerd voor de studie ‘Nederland Later’ van het Milieu en Natuur Planbureau (MNP). Binnen dat onderzoek zijn verschillende alternatieve ruimtelijke en infrastructurele kijkrichtingen ontworpen, die worden geëvalueerd aan de hand van een brede set aan indicatoren bestaande o.a. uit economische, milieu-, veiligheid- en natuurindicatoren. Bureau Louter heeft de analyses voor de arbeidsmarkt verricht en de bijbehorende rapportage verzorgd.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Milieu en Natuurplanbureau
In samenwerking met: Significance en Stratelligence

In navolging van een eerder project, waarbij een centrale projectie (in de vorm van een ruimtelijke vertaling) volgens het Global Economy scenario werd opgesteld, zijn in de studie ‘Nederland later’ van het Milieu en Natuurplanbureau diverse ruimtelijke projecties gegenereerd en op hun milieu- en natuureffecten geanalyseerd. Het doel van het project van Significance, Stratelligence en Bureau Louter was om voor verschillende denkrichtingen, bestaande uit alternatieve ontwikkelingen voor het ruimtegebruik en transport, de ruimtelijke effecten op bewoners/arbeidsplaatsen en transporteffecten te berekenen. Daarbij is gebruik gemaakt van het TIGRIS XL model.
Een voorbeeld van een ruimtelijke projectie is de zogenaamde ‘Retreat variant’ waarin wordt geanticipeerd op te verwachten klimaatveranderingen door restricties op te leggen aan woningbouw in laag gelegen gebieden in Nederland. In het onderstaande kaartbeeld zijn de effecten daarvan op de ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen weergegeven. Daarin is het verschil tussen de effecten van de Retreat variant en de effecten volgens de centrale projectie weergegeven. Duidelijk is dat de laaggelegen delen van Nederland (het westen en de kustgebieden in het noorden) de sterkste negatieve effecten zullen ondervinden. De sterkste positieve effecten komen niet zozeer terecht in de meest hoog gelegen gebieden, maar in de direct aan laaggelegen regio’s grenzende gebieden die zelf voldoende hoog gelegen liggen.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: MNP
In samenwerking met: RAND Europe

Door het Milieu en Natuurplanbureau (MNP) is een onderzoek gestart naar ruimtelijke toekomstbeelden. Binnen het project ruimtelijke toekomstbeelden worden verschillende alternatieve ruimtelijke projecties gegenereerd en de effecten op de groene ruimte geanalyseerd. Effecten zijn doorgerekend met behulp van het TIGRIS XL model. Die berekeningen zijn uitgevoerd door een consortium van Bureau Louter en RAND Europe, waarbij Bureau Louter de analyses voor de arbeidsmarkt heeft verricht en de bijbehorende teksten heeft gerapporteerd.
In eerste instantie is daarbij een ruimtelijke analyse gemaakt van de economische en demografische ontwikkeling volgens het Global Economy scenario van het Centraal Planbureau.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Adviesdienst Verkeer en Vervoer
In samenwerking met: RAND Europe

Na het ontwikkelen van een prototype voor TIGRIS XL, dat al bemoedigende resultaten gaf, hebben Rand Europe en Bureau Louter verdere verfijningen, uitbreidingen en verbeteringen aangebracht in het TIGRIS XL model. Bureau Louter is verantwoordelijk voor de arbeidsmarktmodule. De belangrijkste verbetering daarin was dat het model dat de werkgelegenheidsontwikkeling verklaart nu op het niveau van gemeenten is geschat in plaats van op het niveau van COROP-gebieden. Daardoor wordt het beter zichtbaar in welke delen van een regio infrastructuurmaatregelen de meeste effecten hebben.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Rijkswaterstaat Oost-Nederland
In samenwerking met: RAND Europe

In het kader van een planstudie met betrekking tot de N18 tussen Varsseveld en Enschede die Rijkswaterstaat Directie Oost-Nederland in opdracht van DGP uitvoert, dient de verbetering van de bereikbaarheid en de regionale economische ontwikkeling nader onderbouwd te worden. Rand Europe en Bureau Louter hebben opdracht gekregen dit onderzoek uit te voeren. Dat is gebeurd met het TIGRIS XL model, een grondgebruik transport interactiemodel van AVV, dat is opgesteld door Rand Europe, Bureau Louter en Spiekermann & Wegener. Dit model berekent de verwachte effecten van transportmaatregelen op de ruimtelijke ontwikkeling (o.a. van bewoners en arbeidsplaatsen).
De doelstelling van het onderzoek was het doorrekenen en analyseren van de effecten van verschillende alternatieven voor de N18 Varsseveld – Enschede op de regionale ontwikkeling van de arbeidsmarkt en de woningmarkt. De regionale ontwikkeling is geanalyseerd aan de hand van de effecten op bevolkingsomvang, woningbouw en werkgelegenheidsontwikkeling. In de onderstaande figuur geeft de index de verhouding weer van het aantal arbeidsplaatsen in 2030 inclusief één van de N18-varianten ten opzichte van het aantal arbeidsplaatsen zonder aanpassing van de N18 (gerekend vanaf 2015). De effecten zijn in het algemeen niet groot.

Klik op de verkleinde weergave hieronder om een grote weergave te zien.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Adviesdienst Verkeer en Vervoer
In samenwerking met: Rand Europe en Spiekermann & Wegener

In opdracht van AVV ontwikkelen Rand Europe, Bureau Louter en Spiekermann & Wegener een Grondgebruik Transport Interactie model. Bureau Louter is daarbij verantwoordelijk voor de module ‘Regionale arbeidsmarkt’. Vooralsnog is een prototype ontwikkeld. In dit project zijn de werking en de plausibiliteit van de uitkomsten van het model getoetst aan de hand van een aantal concrete cases. Daartoe behoorden onder andere het doorrekenen van verstedelijkingsvarianten voor Almere en verschillende vormen van aanleg van de Zuiderzeelijn. De conclusie luidt dat het prototype goede resultaten oplevert, maar dat op deelaspecten een verdere aanscherping en uitbreiding vereist is. Momenteel wordt gewerkt aan een dergelijke verbeterslag.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Adviesdienst voor Verkeer en Vervoer
In samenwerking met: Rand Europe en Spiekermann & Wegener

In opdracht van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer is een prototype opgesteld voor een Grondgebruik Transport Interactie model (GTI-model) waarin economische, demografische, arbeidsmarkt-, vastgoed/grondgebruik- en transportontwikkelingen worden gecombineerd. Aan de hand van het prognosemodel kunnen prognoses op het niveau van 1308 gebieden opgesteld kunnen worden. Binnen het samenwerkingsverband was Bureau Louter verantwoordelijk voor het op te stellen ruimtelijke arbeidsmarktmodel (vraag en aanbod van arbeid).

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Ministerie van Verkeer en Waterstaat, directie DGLM

Momenteel maakt Bureau Louter prognoses voor de ontwikkeling van ‘Schipholgerelateerde bedrijvigheid’ in termen van arbeidsplaatsen, beroepsbevolking, toegevoegde waarde, vraag naar kantoorruimte en behoefte aan bedrijventerreinen. Naast het nationale totaal wordt daarbij tevens een regionale onderverdeling gemaakt. Dit gebeurt voor de vier Lange Termijn scenario’s van het Centraal Planbureau, voor de ontwikkeling tot 2020 en de ontwikkeling tot 2040.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Provincie Limburg

Momenteel wordt een regionaal arbeidsmarkt informatiesysteem opgezet voor de provincie Limburg. Bureau Louter levert daarvoor prognoses voor de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt op middellange termijn in Limburg, met een onderverdeling naar drie regio’s.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Provincie Noord-Holland

In het kader van een globale verkenning van de luchthaveninfrastructuur heeft de Provincie Noord-Holland elf toekomstbeelden opgesteld voor de ontwikkeling van de luchtvaart tot 2040. In die toekomstbeelden zijn prognoses gemaakt van de ontwikkeling van het aantal passagiers en de luchtvracht. De Provincie heeft aan Bureau Louter verzocht de ruimtelijke verdeling van de werkgelegenheidseffecten te bepalen, zowel naar de locaties waar Schipholgerelateerde bedrijvigheid is gevestigd als naar de woonplaats van de werknemers bij Schipholgerelateerde bedrijvigheid.

In onderstaande figuur staat het verschil in effect op de ruimtelijke verdeling van arbeidsplaatsen en de woonplaats van de bij Schipholgerelateerde bedrijvigheid werkzamen wanneer tot verplaatsing van de luchthaven naar een nieuwe locatie Markermeer zou worden overgegaan.

Klik op de verkleinde weergave hieronder om een grote weergave te zien.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Ministerie van Verkeer en Waterstaat, directie DGLM

Decisio heeft een MKBA opgesteld voor de ontwikkeling van Schiphol tot 2020. Daarbij zijn naast een referentiescenario vijf varianten onderscheiden. Dit is gebeurd in het kader van overleg tussen betrokken belanghebbenden (de ‘Alderstafel’). Ten behoeve van dit onderzoek heeft Bureau Louter de ruimtelijke spreiding van de werkgelegenheidseffecten bepaald van een vijftal alternatieven, waaronder gedeeltelijke uitplaatsing van luchtvaart naar Lelystad en/of Eindhoven.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Rijksgebouwendienst
In samenwerking met: PAU bv.


Foto: Jacqueline Louter (www.jaxpix.nl)

Voor partijen die opereren op de kantorenmarkt is het van belang zicht te hebben op belangrijke trends en hun achterliggende mechanismen. Daarbij is inzicht in de nationale kantorenmarkt echter niet voldoende. Kennis over de regionale of zelfs lokale kantorenmarkt is gewenst om beslissingen te kunnen nemen over aankoop of verkoop van kantoren of over het al dan niet in aanbouw nemen van nieuwe kantoren. De Rijksgebouwendienst wenst haar inzicht in ontwikkelingen op regionale kantorenmarkten te verdiepen en heeft daarom aan Bureau Louter, in samenwerking met Bureau PAU, verzocht een breed onderzoek te verrichten met als thema ontwikkelingen op regionale kantorenmarkten. Dat betreft zowel ontwikkelingen sinds het begin van de jaren negentig als verwachtingen voor de toekomst.
Over het onderzoek wordt verslag gedaan in een omvangrijk onderzoeksrapport en in een handzame brochure.

Toelichting project
In deze informatie moet met name regionale en waar mogelijk lokale verschillen centraal staan. Inzicht in toekomstige marktontwikkelingen is vooral op het niveau van stadsgewesten gewenst, ten behoeve van het investeringsbeleid van de Rijksgebouwendienst. Ook inzicht in trends op specifieke locaties is echter van belang (bijvoorbeeld stationslocaties).
Door Bureau Louter, geassisteerd door PAU b.v., zijn de volgende thema’s uitgewerkt:

  • Ontwikkelingen op de regionale kantorenmarkt in het verleden
  • Verklaringen voor verschillen in relatieve vertegenwoordiging van kantoren tussen gemeenten
  • Prognoses voor de ontwikkeling van de kantorenmarkt tot 2020 en een confrontatie van vraag en aanbod
  • Een drietal regionale casestudies (Haaglanden, KAN-gebied en regio Zwolle), met als specifieke uitwerking inzicht in de huidige voorraad RGD-gebouwen (eigendom of huur).


Nieuwbouw kantooroppervlak per duizend inw. 15-64 jaar gem. in periode, gemiddeld per jaar

Realisatie 1991-2006
Global Economy 2006-2020

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Hoogeveen

Ten behoeve van de in juli 2007 op te stellen Economische Structuurvisie voor de gemeente Hoogeveen heeft Bureau Louter een ruimtelijk-economisch perspectief opgesteld. Daarin is Hoogeveen voor aspecten als werkgelegenheid, bedrijventerreinen en kantoorruimte vergeleken met de regio Zuid-Drenthe, een achttal vergelijkbare gemeenten (‘soortgenoten’; gemeenten in het noordoosten van Nederland met een ongeveer gelijke omvang als Hoogeveen: Hoogezand-Sappemeer, Stadskanaal, Veendam, Heerenveen, Smallingerland, Sneek, Meppel en Almelo) en het nationaal gemiddelde. Daarbij is naar ontwikkelingen in het verleden, naar de huidige situatie en naar te verwachten ontwikkelingen tot 2020 gekeken.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Ontwikkelingsmaatschappij Delfzijl

Op verzoek van de Ontwikkelingsmaatschappij Delfzijl heeft Bureau Louter een rapport opgesteld over ruimtelijk-economische ontwikkelingen en perspectieven in Delfzijl. Naast economische ontwikkelingen is daarbij tevens aandacht besteed aan ruimtelijke ontwikkelingen (bedrijventerreinen en kantoren), ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en demografische ontwikkelingen. Bij de te verwachten ontwikkelingen gaat het om een prognose van ruimtelijk-economische ontwikkelingen volgens een nulscenario: een situatie waarbij het beleid niet ingrijpend gewijzigd wordt en er geen ingrijpende wijzigingen zullen plaatsvinden in het vestigingsplaatsgedrag van bedrijven en instellingen.
Een aanzienlijk deel van de bedrijvigheid in Delfzijl hangt samen met de haveneconomie. Daarvoor wordt wel groei in termen van toegevoegde waarde verwacht, maar de groei in termen van arbeidsplaatsen wordt voorzien in de overige, op de regio gerichte, activiteiten.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: provincie Groningen
In samenwerking met: PAU bv.

Bureau PAU voert in opdracht van de Provincie Groningen het project ‘Eemsdelta’ uit. Centraal daarin staat een toekomstverkenning van het gebied, gevormd door de gemeenten Appingedam, Delfzijl, Eemsmond en Loppersum. De overkoepelende thema’s zijn demografische ontwikkelingen, klimaatverandering en economische ontwikkeling. Bureau Louter heeft voor dit project een deelrapportage opgesteld met een analyse van economische ontwikkelingen in het verleden, de huidige positie van de economie en te verwachten ontwikkelingen. Naast economische ontwikkelingen is daarbij tevens aandacht besteed aan ruimtelijke ontwikkelingen (bedrijventerreinen en kantoren), ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en demografische ontwikkelingen. Bij de te verwachten ontwikkelingen gaat het om een prognose van ruimtelijk-economische ontwikkelingen volgens een nulscenario: een situatie waarbij het beleid niet ingrijpend gewijzigd wordt en er geen ingrijpende wijzigingen zullen plaatsvinden in het vestigingsplaatsgedrag van bedrijven en instellingen.
Tot ongeveer 1980 ontwikkelde de regio zich sterker dan het provinciaal gemiddelde, daarna volgde een periode van afname van het aantal inwoners. De laatste jaren zijn er voorzichtige tekenen van herstel.

Klik op de verkleinde weergave hieronder om een grote weergave te zien.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Baarn
In samenwerking met: PAU bv.

IROKO heeft onderzoek verricht naar de mogelijkheden voor vraaggerichte re-integratie. De gemeente werkt daarin samen met de gemeente Soest. Door IROKO is aan Bureau Louter gevraagd een onderzoek uit te voeren naar te verwachten ontwikkelingen in de werkgelegenheid op middellange termijn, onderscheiden naar aspecten als economische sectoren, opleiding en beroep. Daarbij werd ook de ontwikkeling van het aantal baanopeningen bepaald.

Ter illustratie staat hieronder het aantal baanopeningen naar beroepsniveau en beroepsrichting. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen uitbreidingsvraag en vervangingsvraag (vrijkomende banen als gevolg van uitstroom van werknemers).

 
Baarn/Soest
Omgeving
Overig Nederland
 Uitbr.Verv.Tot.Uitbr.Verv.Tot.Uitbr.Verv.Tot.
Beroepsniveau 
Basis
10
90
100
70
1470
1540
1080
16730
17820
Laag
10
170
180
140
2600
2740
2360
32970
35330
Midden
20
260
280
250
4000
4250
3740
46130
49870
Hoog/Wet.
20
160
180
380
2890
3260
3600
29340
32940
Beroepsrichting 
Pedagogisch
0
20
20
20
650
670
170
7000
7180
Cultureel
0
10
10
-10
220
210
-10
1840
1830
Agrarisch
0
10
10
0
140
140
60
2620
2680
Technisch/industrie
0
130
140
50
1730
1780
990
23350
24340
Transport
0
40
40
50
660
710
940
8330
9280
(Para-)medisch
0
40
40
70
520
580
870
6290
7160
Econ.-administratief
20
200
210
260
3230
3490
2870
33510
36380
Informatica
10
30
40
140
590
730
1120
3990
5110
Sociaal-cultureel
0
20
20
20
320
340
250
3590
3840
Verzorgend
20
180
190
230
2760
2990
3450
32940
36390
Openbare orde
0
10
10
0
150
160
70
1720
1780
Afgerond op tientallen  
Terug naar boven

Opdrachtgever: NVM
In samenwerking met: Property NL

Door NVM Bedrijfsonroerend Goed is een rapport uitgebracht met een beschrijving van ontwikkelingen op de kantorenmarkt in de 70 belangrijkste ‘kantoorsteden’. Bureau Louter heeft voor elke stad een ‘kantoorprofiel’ opgesteld, alsmede een prognose voor de ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen in een vijftal brede kantoorsectoren in de periode 2006-2011. Daarnaast zijn voor elke stad kaartbeelden gemaakt met ruimtelijke verschillen in ‘kantoordichtheid’ en ruimtelijke verschillen in het aanbodpercentage. Als illustratie staat hieronder het kantoorprofiel voor Utrecht.

Klik op onderstaand kaartbeeld voor volledig kantoorprofiel Utrecht

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Deventer
In samenwerking met: SEOR

In dit door SEOR en Bureau Louter uitgevoerde onderzoek, met als ondertitel ‘Verdiepende analyse van de arbeidsmarkt in de regio Deventer met het oog op de re´ntegratie van bijstandsgerechtigden’, heeft Bureau Louter prognoses opgesteld voor ontwikkelingen aan de vraagkant van de arbeidsmarkt, onderscheiden naar aspecten als economische sectoren, opleiding en beroep. Daarbij werd naast de ontwikkeling van de totale werkgelegenheid ook de ontwikkeling van het aantal baanopeningen bepaald. De ontwikkelingen in Deventer zijn daarbij in een regionale context geplaatst, waarbij een eerste en een tweede ring van gemeenten rond Deventer werd onderscheiden.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Rijkswaterstaat Noord-Holland
In samenwerking met: Decisio en Syconomy.

De hoofdwegen in het gebied Schiphol–Amsterdam–Almere kenmerken zich door veel congestie. Na uitvoering van de voorziene plannen, concentreert deze zich vooral aan de zuid- en oostkant van Amsterdam. Hoewel er veel maatregelen genomen zijn en worden laten berekeningen zien dat de congestie de komende jaren verder toe zal nemen en de mobiliteit onvoldoende wordt geaccommodeerd. De Planstustudie Schiphol-Amsterdam-Almere is opgestart om een tracé/m.e.r. procedure uit te voeren, waarbij vooralsnog wordt gekeken naar een drietal oplossingsrichtingen. Daarvoor is door Decisio een kosten-batenanalyse uitgevoerd. De indirecte effecten op het aantal arbeidsplaatsen per gemeente, onderscheiden naar drie opleidingsniveaus, zijn berekend door Bureau Louter. Als voorbeeld staat in onderstaande kaarten het verschil in arbeidsplaatsen in 2020 per gemeente bij het zogenaamde Stroomlijnalternatief ten opzichte van de situatie dat geen extra infrastructuur aangelegd zou worden.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Rotterdam.
In samenwerking met: SEOR.

De gemeente Rotterdam had behoefte aan het uitvoeren van een verdiepende arbeidsmarktanalyse ten behoeve van de re´ntegratie van werkzoekenden. De analyse diende een beter en meer concreet inzicht te geven in de vraag op welke segmenten van de arbeidsmarkt en waar (in Rotterdam, in overig Rijnmond of buiten Rijnmond) de meeste kansen liggen voor laag opgeleide werkzoekenden om werk te vinden.
Bureau Louter heeft binnen dit onderzoek de vraagkant op de arbeidsmarkt in beeld gebracht. Het ging daarbij om prognoses in de periode 2004-2009. Onderscheid is gemaakt naar economische sectoren, opleidingstypen en beroepen. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de werkplaats (waar zijn de bedrijven en instellingen gevestigd) en de woonplaats (waar wonen de werknemers). Naast de werkgelegenheid is ook het aantal baanopeningen bepaald.
Door SEOR is daarnaast een analyse gemaakt van de aanbodkant van de arbeidsmarkt: Welke groepen zijn kansrijk en welke niet?

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Delft

De gemeente Delft wil zicht krijgen op te verwachten ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, in de kantorenmarkt, de markt voor bedrijventerreinen en de ontwikkeling van de economische structuur. Dat zal mede kunnen leiden tot het uitstippelen van of eventueel bijbuigen van het gemeentelijk economisch beleid. De periode waarover ontwikkelingen in beeld worden gebracht is 2003-2015, met een doorkijkje naar 2020. Daartoe is onder andere gebruik gemaakt van het door Bureau Louter in eigen beheer ontwikkelde AREA-model.
Ten eerste is een economisch rapport voor Delft opgesteld volgens de ‘Elsevier-methodiek’. Ten tweede zijn de recente economische prestaties van Delft vergeleken met ontwikkelingen in het begin en midden van de jaren negentig. Ten derde zijn prognoses opgesteld. Die geven aan in welke economische sectoren de sterkste groei van de werkgelegenheid verwacht mag worden (zie de tabel). Tevens blijkt dat bij ongewijzigd beleid al op korte termijn een tekort aan bedrijventerreinen dreigt, maar dat voor kantoren pas na 2010 mogelijk tekorten op gaan treden.

Omvang en absolute ontwikkeling werkgelegenheid gemeente Delft, 2003-2015
Sector
Arbeidsplaatsen
2003 (* 1000)
Ontwikkeling arbeids-
plaatsen 2003-2015 (* 1000)
Ontwikkeling arbeidsplaatsen
in % per jaar 2003-2015
 
 
 
 
Totaal
56.6
8.7
1.2%
 
 
 
 
Materiaalgeoriënteerd
10.8
0.8
0.6%
Waarvan (selectie):
 
 
 
Kennisintensieve industrie
2.5
0
0.1%
Overige industrie
2.2
-0.3
-1.1%
Groothandel
3.2
0.6
1.5%
Transport
1.2
0.1
0.7%
 
 
 
 
Informatiegeoriënteerd
16.9
3.3
1.5%
Waarvan:
 
 
 
Banken/verzekeringen
0.6
0
0.3%
Zakelijke diensten
13.3
3
1.7%
Openbaar bestuur
2.9
0.3
0.9%
 
 
 
 
Personengeoriënteerd
28.9
4.6
1.2%
Waarvan (selectie):
 
 
 
Zorgsector
8.6
2.1
1.8%
Onderwijs
8.4
0.7
0.6%
Consumentendiensten
7.3
1
1.1%
Vrijetijdsbesteding
3.3
0.8
1.9%
Opmerking: Kennisintensieve industrie is inclusief chemie en basismetaal.  
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Emmen

Emmen stelt momenteel een nieuw Structuurplan op (looptijd tot 2020). Daarvoor bestaat behoefte aan een inschatting van het te verwachten ruimtebeslag voor een aantal grondgebruikfuncties. Aan Bureau Louter is gevraagd om op prognoses voor het ruimtebeslag tot 2020 op te stellen. Daarbij geldt het volgende:

  • Het onderzoek zal de grondgebruikfuncties kantoren, winkels, voorzieningen (exclusief onderwijs) en (overige) bedrijfslocaties betreffen.
  • Naast ontwikkelingen voor Emmen als geheel zal een uitsplitsing naar negen deelgebieden plaatsvinden.
  • Voor toekomstige ontwikkelingen worden scenario’s opgezet. Daarbij worden ten eerste Lange Termijn scenario’s van het Centraal Planbureau onderscheiden en ten tweede drie bevolkingsprognoses (een hoog, een midden en een laag scenario).

 
Terug naar boven

Opdrachtgevers: Ministeries van OCW, BZK, SZW, VWS en Justitie.
In samenwerking met: ECORYS-NEI en SEOR.

Een vijftal ministeries heeft gezamenlijk opdracht verleend aan ECORYS-NEI, SEOR en Bureau Louter om een arbeidsmarktverkenning voor de periode tot 2013 op te stellen. Als macro-economisch kader daarvoor zullen de dit jaar te verschijnen Lange Termijn scenario’s van het Centraal Planbureau dienen. De ministeries zijn zowel ge´nteresseerd in ontwikkelingen op de ‘eigen’ arbeidsmarkt (voor de publieke sector) als op de gehele Nederlandse arbeidsmarkt. Bureau Louter draagt aan dit onderzoek bij door middel van het opstellen van regionale prognoses.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Hoogeveen
In samenwerking met: PAU bv

De gemeente Hoogeveen stelt momenteel een Structuurvisie op. Een van de onderdelen daarvan vormt de economische ontwikkeling. Aan PAU bv en Bureau Louter is opdracht verleend een sterkte-zwakte analyse op te stellen van de economie van Hoogeveen. Tevens worden in het onderzoek prognoses opgesteld voor de economische ontwikkeling tot 2015, met een doorkijkje naar 2030. Naast de ontwikkeling van de werkgelegenheid wordt daarbij ook de te verwachten uitgifte van bedrijventerreinen en de nieuwbouw van kantoorruimte bepaald. Daartoe is een methodiek ontwikkeld waarbij de toekomstige ontwikkelingen in Hoogeveen worden afgeleid uit ontwikkelingen in regionaal verband en een groep van zorgvuldig gekozen ‘benchmarkgemeenten’. De prognoses zijn opgesteld voor drie scenario’s voor de bevolkingsontwikkeling, namelijk een groei naar 55.000 inwoners (PRIMOS scenario), naar 60.000 inwoners (volgens Provincie: POP scenario) en naar 70.000 inwoners (Ambitieuze scenario).

Verwachte gemiddelde jaarlijkse ontwikkeling bedrijventerreinen, kantoorruimte en arbeidsplaatsen (2001-2030)

 Primos scenarioPOP scenarioAmbitieuze scenario
 2001-
2015
2015-
2030
2001-
2015
2015-
2030
2001-
2015
2015-
2030
Bedrijventerreinen (hectares)
7.1
4.7
8.1
6.3
10.2
9.7
Kantoorruimte (m2 * 1000)
1500
1200
1800
1600
2300
2500
Arbeidsplaatsen
260
90
350
190
540
440
Arbeidsplaatsen (%)
1.0%
0.3%
1.3%
0.6%
1.9%
1.2%

publicaties-bureaulouter
publicaties-tno-inro
publicaties-erasmusuniversiteit
tijdschriften-en-boeken
tijdschriften-en-boeken