Projecten - Monitoring


Economische betekenis European Patent Office 2017
Bouwdynamiek in Nederland, 2002-2016
Economische en demografische ontwikkelingen in Flevoland
Relatiepatronen in Rotterdam; stad en stadsregio
Starters in Rotterdam; analyse van het aantal startende bedrijven in Rotterdam en Nederland, 1996-2013
Analyse verhuizingen Emmen 1998-2012
Interregionale relatiepatronen Leiden
Vestigingsklimaatmonitor Limburg 2013
De nieuwe politieke kaart van Nederland
Economische ontwikkeling steden en stadsgewesten vanaf 1973
Technomonitor 2010
Groeidocument krimp; Demografische ontwikkelingen in Groningen en de gevolgen
Regionale analyse bevolkingsafname in Nederland
De economie van Zoetermeer in beeld
De economische effecten van het European Patent Office
Pieken in beeld; Nulmeting Pieken in de Delta monitor
Technomonitor 2008
Economische betekenis internationale organisaties Regio Den Haag, deel II
Ontwikkeling perifere detailhandel Zuid-Holland
Dynamiek in kleine bedrijven; Een case-study voor de Rotterdamse wijkeconomie
Economische betekenis internationale organisaties Regio Den Haag
Economische Verkenning Rotterdam 2005
Amsterdamse Economische Verkenning 2005
De industrie in de regio Amsterdam op de kaart
Ruimtelijk-economische informatie Rabobank
De haven in zicht; Het directe economische belang van zeehavengerelateerde activiteiten
Havens met uitstraling?; Het indirecte economische belang van zeehavengerelateerde activiteiten
De economische hittekaart van Noordwest-Europa
De regio Amsterdam op de kaart
Clusters onder de loupe
Kantoren op de kaart
De economische hittekaart van Nederland: Waar de economie van Nederland groeit

     Periodiek:
     
Werkgelegenheidsmonitor Rotterdamnajaar 2008
voorjaar 2008
najaar 2007
voorjaar 2007
Economische Monitor Delft2008
2007
2006
Economische Monitor Zuid-Holland2009
2007
2006
2004
 
Terug naar boven

Opdrachtgever: European Patent Office

Het European Patent Office (EPO), gevestigd te Rijswijk, is de grootste internationale organisatie in de regio Den Haag. In 2009 is door Bureau de economische betekenis van het EPO vastgesteld in termen van arbeidsplaatsen, productie en toegevoegde waarde. Op verzoek van het EPO heeft dit jaar een actualisering van de economische betekenis plaatsgevonden. Daarbij is uitgegaan van dezelfde methoden en technieken als in het onderzoek in 2009. Ook dit jaar zijn door het EPO weer specifieke gegevens geleverd over omzet, lonen en salarissen en inkopen van goederen en diensten. In dit onderzoek worden de resultaten voor 2018 vergeleken met de resultaten voor 2009, zodat kan worden bepaald hoe de economische betekenis van het EPO zich heeft ontwikkeld.
In totaal (werkgelegenheid bij het EPO zelf, consumentenbestedingen door buitenlandse werknemers van het EPO en uitbesteding aan toeleveranciers) is het bedrijf goed voor ruim 6.200 arbeidsplaatsen in Nederland.
Foto: JaxPix (www.jaxpix.nl)

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Cobouw

De Bouwberichtendatabase van Cobouw bestaat uit vele duizenden concrete bouwplannen en -projecten. In de database worden ongeveer 10.000 bouwberichten per jaar geregistreerd, onder andere onderscheiden naar 'bestemming' (gebouwtypen en soorten werken), locatie, bouwfase en een indicatie van het ermee gemoeide bedrag (ramingsgroep). Deze informatie wordt door Cobouw al vele jaren bijgehouden. Naast verschillen tussen regio's kunnen daardoor ook ontwikkelingen in de tijd worden gevolgd.

Bureau Louter heeft de bouwberichtendatabase geanalyseerd en voor de periode 2002-2016 ruimtelijke patronen van investeringen in de bouw (woningbouw, utiliteitsbouw en gww) op de kaart gezet en ranglijst van gemeenten en regio's gemaakt. In Cobouw nummer 29, van 12 oktober 2016, heeft Cobouw-journalist Marc Doodeman daarover een uitgebreid artikel verschenen onder de titel 'Het grote regio-onderzoek'.

Ontwikkeling omzet bouwactiviteiten 2009/'11- 2014/'16

Toelichting: Weergegeven is de ontwikkeling van de omzet in bouwactiviteiten van 2009/2011 tot 2014/2016, uitgedrukt per duizend in die periode gemiddeld woonachtige inwoners. Vooral de Amsterdamse regio komt sterk naar voren, maar ook de regio Utrecht, Den Haag en in het algemeen de kuststrook scoren hoog in het westen. De Rotterdamse regio blijft achter. Buiten de Randstad kenden de brainport Eindhoven, Twente, Groningen-Assen en delen van Midden-Limburg en het oostelijk deel van de regio Zwolle een bovengemiddelde groei van de bouwactiviteiten sinds de kredietcrisis.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Atelier Flevo-perspectieven

De Provincie Flevoland gaat een nieuwe Omgevingsvisie opstellen. De Omgevingsvisie bevat de strategische hoofdkeuzen voor de provincie voor de lange termijn. Daartoe inventariseert het Atelier Flevo-perspectieven wat de huidige stand van zaken is in Flevoland en welke ontwikkelingen er op de regio afkomen. Op verzoek van het Atelier Flevo-perspectieven heeft Bureau Louter onderzoek verricht naar de ruimtelijk-economische structuur in brede zin (inclusief ruimtelijke en demografische ontwikkelingen en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt) en welke ontwikkelingen voorzien kunnen worden. Dat is gebeurd in relatie tot omliggende regio's. Er zijn acht thema's onderzocht, namelijk welvaart, bevolking/demografie, bedrijvigheid, arbeidsmarkt, onderwijs, woonaantrekkelijkheid, ruimte & bereikbaarheid en economische vernieuwing. Sommige resultaten zijn opvallend, zoals het feit dat er inmiddels meer mensen Flevoland verlaten naar elders in Nederland dan andersom.

Verhuizingen naar en vanuit Flevoland

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Rotterdam

Al sinds 2003 stelt de gemeente Rotterdam jaarlijks de Economische Verkenning Rotterdam op. Ook dit jaar heeft Bureau Louter weer enkele bijdragen geleverd. Onder andere is zicht gegeven op relatiepatronen (arbeidsmarkt, woningmarkt, voorzieningen) tussen Rotterdam en de omgeving. In onderstaande figuur staat als voorbeeld het aandeel van een aantal gebieden in de totale pendelstroom naar Rotterdam (personen uit het gebied die in Rotterdam werken) en de 'relatieve intensiteit' (het aantal pendelaars per duizend inwoners van het gebied).

GebiedsindelingPendel naar Rotterdam
NB: kleuren in kaartbeeld komen overeen met staafjes in rechterfiguur
 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Rotterdam

Ten behoeve van de Economische Verkenning Rotterdam 2015 heeft Bureau Louter onderzocht hoe het aantal startende ondernemingen zich in Rotterdam heeft ontwikkeld sinds 1996. Het aantal starters per inwoner van 15-64 jaar ligt de laatste jaren ruim boven het nationaal gemiddelde In 2013 nam Rotterdam zelfs een tiende plaats in op de ranglijst van alle Nederlandse gemeenten), maar blijft de havenstad wel achter bij de andere drie grote steden. Uit de kaartbeelden blijkt dat het aantal starters sinds de tweede helft van de jaren negentig in het algemeen sterker is gestegen in steden (geel omrand) dan in landelijke gemeenten in de Randstad.

Starters per 1.000 inwoners 15-64 jaar
 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Emmen

Samen met Companen heeft Bureau Louter op verzoek van de gemeente Emmen de toekomstperspectieven voor de woningbouw en voor bedrijventerreinen onderzocht. Als onderbouwende analyse voor het woningbouwonderzoek heeft Bureau Louter daarbij een analyse van de verhuisstromen gemaakt in de periode 1998-2012. Daarbij is onder andere een beeld geschetst van de migratiesaldi per postcodegebied (het totaal van binnengemeentelijke en intergemeentelijke stromen). Verschillen tussen de twee deelperiodes zijn onder andere het gevolg van woningbouw.

Migratie per pc4-gebied, 1998/2012, gemiddeld per jaar
 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam

Eind oktober 2008 is de najaarsmonitor verschenen, dit keer niet in krantvorm maar als onderdeel van de Economische Verkenning Rotterdam 2008 'Kwaliteit van werken, kwaliteit van de economie'. Hierin staat dat in 2007 het aantal arbeidsplaatsen met 0.9% is toegenomen, elders in Rijnmond nam de werkgelegenheid toe met 2.0%. De sector met de grootste toename is industrie, andere sectoren waar de werkgelegenheid toenam waren facilitaire dienstverlening en onderwijs.
Aan een aantal sectoren wordt door de gemeente Rotterdam extra aandacht gegeven, namelijk de zogeheten speerpuntsectoren: het haven-industrieel complex (HIC), 'medisch en zorg' en de creatieve sector. In alle drie sectoren is het aantal arbeidsplaatsen toegenomen in de periode januari 2007-januari 2008, in absolute zin groeide het HIC het sterkst (+2.000 arbeidsplaatsen), in relatieve zin de (kleine) creatieve sector met 6.6%.
In onderstaand figuur is per sector de ontwikkeling van de werkgelegenheid te zien in de perioden 2006-2007 en een prognose voor de periode 2008-2009.

Klik op de verkleinde weergave hieronder om een grote weergave te zien:

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam

In mei 2008 is de voorjaarsmonitor verschenen. In deze krant is te lezen dat de werkloosheid van Rotterdam met ruim vier procent is afgenomen in de periode december 2007-maart 2008. Rotterdam heeft echter wel te maken met een hardnekkige groep langdurige werklozen van ongeveer 20.000 personen. Deze groep is nauwelijks in omvang afgenomen, ondanks de economisch voorspoedige tijden. Een tweede kanttekening is de krapte op de arbeidsmarkt die door de gunstige conjunctuur sterk is toegenomen, met name werkgevers die op zoek zijn naar technici moeten meer moeite doen om nieuwe werknemers te vinden.
Als specifiek thema is dit keer de economie van de krachtwijken van Rotterdam in beeld gebracht. Van alle steden nemen krachtwijken in Rotterdam zowel het grootste aandeel in inwoners als het grootste aandeel in werknemers in.


 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam

De Werkgelegenheidsmonitor Rotterdam najaar 2007 is in november 2007 verschenen. Hierin staat dat in 2006 het aantal arbeidsplaatsen in Rotterdam met twee procent oftewel 6.000 is toegenomen, daarmee is de werkgelegenheid in Rotterdam in hetzelfde tempo gegroeid als in Nederland als geheel. De sectoren die de grootste groei lieten zien waren de zorgsector en kennisdiensten. Het aantal werklozen is in de eerste acht maanden van 2007 verder afgenomen.
In groot contrast tot een jaar later is de economie in Nederland in het derde kwartaal van 2007 zeer sterk gegroeid, namelijk met 4.1%.
In onderstaande kaartbeelden is goed te zien waar de mensen wonen die werken in respectievelijk het centrum, in Rotterdam-oost (Prins Alexander en Kralingen/Crooswijk) en op de zeehaventerreinen Europoort, Vondelingenplaat en Waalhaven.


 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam

De gemeente Rotterdam gaat halfjaarlijks de ontwikkelingen op de Rotterdamse arbeidsmarkt laten monitoren. Daarbij worden in de voorjaarsversie ontwikkelingen in de werkgelegenheid, met een onderscheid naar economische sectoren en gebieden binnen Rotterdam gevolgd sinds het einde van de jaren tachtig. Tevens wordt aandacht besteed aan werkloosheid, pendel en de beroepsbevolking. In de najaarsversie wordt meer het accent gelegd op prognoses. Bureau Louter heeft de eerste versie van de werkgelegenheidsmonitor uitgevoerd.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Delft

Nieuw in deze derde editie van de Economische Monitor Delft is het onderwerp kennisintensiteit en innovatie. Het blijkt dat Delft in nationaal opzicht tot de top behoort als het gaat om kennisintensieve bedrijvigheid. Vooral op het gebied van innovatieve diensten steekt Delft andere gemeenten naar de kroon. In een ranglijst van 83 gebieden, neemt Delft binnen Nederland zelfs de tweede plaats in, na Eindhoven.

 
Positie (binnen groep van 38 gebieden)
GebiedRapportcijferIndustrieDistributieZakelijke dienstenOverig
1. Stad Eindhoven
9.6
1
2
2/4
4/6
2. Delft en Westland
8.5
12
19
1
4/6
3. Stad Utrecht
8.1
31
1
2/4
8
4. Midden-Limburg
8.0
18/19
11
2/4
4/6
5. Zuid-Limburg
8.0
3
5
7
27
6. Midden N-Brabant
7.4
18/19
4
24
1
7. Noord-Limburg
7.3
7
31
14/15
24
8. Regio rond Amsterdam
7.1
26
7
6
10
9. Noordoost N-Brabant
7.1
5
16
14/15
19
10. Twente
7.0
9
30
24
14
 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Delft

Voor het tweede jaar heeft Bureau Louter de Economische Monitor Delft opgesteld. Dit jaar is als speciaal thema de economie van woongebieden beschreven. Tevens zijn de economische prestaties van Delft vergeleken met de twee andere steden met een TU.

Klik op de verkleinde weergave hieronder om een grote weergave te zien.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Delft

Delft is een middelgrote stad met veel kennisintensieve en creatieve bedrijvigheid. De gemeente ligt centraal in de Zuidvleugel van de Randstad en vormt samen met Leiden één van de brandpunten van de Zuid-Hollandse ‘Kenniscorridor’. De gemeente Delft wil de economische ontwikkelingen gaan volgen. Bureau Louter heeft daartoe de eerste economische monitor opgesteld. Naast economische specialisaties en bedrijvigheidsdynamiek (met een onderscheid naar economische sectoren) is daarbij ook aandacht besteed aan de arbeidsmarkt en aan ruimtelijke ontwikkelingen (kantoren en bedrijventerreinen). Als speciaal thema diende in deze eerste Delftse Economische Monitor de binnenstad. Tevens is specifieke aandacht besteed aan de creatieve sector en aan de ICT-sector.

Klik op de verkleinde weergave hieronder om een grote weergave te zien.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Provincie Zuid-Holland

Al diverse jaren brengt de Provincie Zuid-Holland een economische monitor uit. Aan de hand van voornamelijk kwantitatieve en deels kwalitatieve informatie wordt daarin een beeld geschetst van actuele en te verwachten ontwikkelingen van de economie en het vestigingsmilieu in Zuid-Holland. Voor 2009 is de monitor opgesteld door Bureau Louter. Eerder heeft Bureau Louter de Economische Monitor 2004, de Economische Monitor 2006 en de Economische Monitor 2007 (een ‘verkiezingsspecial’, in de vorm van een krant) opgesteld.

Naast de ‘reguliere’ Economische Monitor is aandacht besteed aan de gevolgen van de kredietcrisis voor Zuid-Holland (in de ‘Crisismonitor’) en is een ‘Monitor voor de Kennisecononmie’ opgesteld (waarbij de kennisalliantie Zuid-Holland als mede-opdrachtgever heeft gefungeerd). Uit de monitor blijkt, op basis van een groot aantal recente indicatoren, onder andere dat Zuid-Holland weliswaar de negatieve gevolgen van de kredietcrisis ondervindt, maar in mindere mate dan het nationaal gemiddelde. Ook blijkt dat er in Zuid-Holland, met name in de regio Haaglanden, sprake is van een samenballing aan kennis (veel kenniswerkers, veel research), maar dat voor de innovativiteit van het Zuid-Hollands bedrijfsleven op de ranglijst van provincies slechts een positie in de middenmoot resulteert. Daarvoor is gebruik gemaakt van unieke gegevens over octrooiaanvragen, de ruimtelijke spreiding van kenniswerkers en talrijke innovatiegegevens op gemeentelijk niveau, die door Bureau Louter bij het CBS zijn samengesteld. Het is voor het eerst dat, an de hand van die gegevens, een dergelijke gedetailleerde vergelijking tussen gebieden in Nederland kon worden gemaakt en specifiek toegepast op één provincie.

Klik op de verkleinde weergave hieronder om een grote weergave te zien.

Toelichting:
De scores zijn bepaald als ‘ruimtelijk voortschrijdende gemiddelden’, waarbij voor een bepaalde locatie het gebied met een straal van twintig kilometer rond die locatie meeweegt in de score. Voor witte gebieden is de bedrijvendichtheid te dun voor statistisch betrouwbare uitspraken.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Provincie Zuid-Holland

In het kader van de provinciale verkiezingen maart 2007 heeft de Provincie Zuid-Holland Bureau Louter verzocht een publicatie op te stellen waarin de economische en ruimtelijke ontwikkeling in de provincie voor een breed publiek wordt gepresenteerd. Dat heeft geresulteerd in een ‘krant’ van twaalf pagina’s A3 met door Bureau Louter opgestelde teksten, tabellen en figuren die betrekking hebben op een breed palet aan ruimtelijk-economische thema’s, aangevuld met foto’s en illustraties.



 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Provincie Zuid-Holland

Eens in de twee jaar laat de Provincie Zuid-Holland een omvangrijke Economische Monitor opstellen, waarin de economische prestaties van Zuid-Holland en deelregio’s daarbinnen worden gevolgd door de tijd en vergeleken met andere regio’s in binnen- en buitenland. Evenals twee jaar geleden (in 2004) is de Economische Monitor Zuid-Holland ook in 2006 opgesteld door Bureau Louter.

Klik op de verkleinde weergave hieronder om een grote weergave te zien.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Provincie Zuid-Holland

Om de economie van Zuid-Holland en deelgebieden daarbinnen (Corop-gebieden, streekplangebieden en soms ook individuele gemeenten) in beeld te krijgen is op een groot aantal terreinen statistisch materiaal verzameld, bewerkt en in illustraties omgezet. Daarbij wordt ingegaan op de volgende twaalf thema’s:

  • Voor Zuid-Holland relevant ruimtelijk-economisch beleid
  • Ontwikkelingen in de nationale en internationale conjunctuur
  • De economische vitaliteit van Zuid-Holland in Europees perspectief
  • Het economisch profiel
  • De economische ontwikkeling, met specifieke aandacht voor ‘urban revival’
  • Kenniseconomie
  • Onderwijs en arbeidsmarkt
  • Woon- en leefmilieu
  • Bereikbaarheid
  • Bedrijventerreinen
  • Kantoren
  • Speerpunten en clusters binnen het Zuid-Hollands beleid
Klik hier om een overzicht te bekijken van de figuren die in de Monitor zijn opgenomen.
Als voorbeeld zijn twee illustraties opgenomen. Klik op onderstaande knop om deze te bekijken.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Leiden

De gemeente Leiden wenst inzicht in relatiepatronen van Leiden en de Leidse regio met omliggende gebieden. Bureau Louter heeft dat onderzocht voor diverse typen relaties, zoals pendelstromen, migratiestromen en het gebruik maken van voorzieningen (winkelen, vrijetijdsbesteding, recreatie, onderwijs). Naast de huidige relatiepatronen zijn ook ontwikkelingen in de tijd bepaald.

Ontwikkeling aandeel pendelstromen sinds 1990, wetenschappelijk opgeleiden

Toelichting:
Voor de stromen naar en vanuit de Leidse regio (dus exclusief de stromen die binnen de regio blijven) is het aandeel van omliggende gebieden bepaald in de stromen die vanuit die gebieden naar Leiden/Leidse regio gaan (de staafjes) en in de stromen die naar die gebieden gaan vanuit Leiden/Leidse regio. Per gebied is het procentuele aandeel in het totaal bepaald. In de figuur is de verandering in dat aandeel vanaf 1990 weergegeven. Opvallend is dat de wetenschappelijk opgeleide inwoners van Leiden/Leidse regio zich veel meer zijn gaan richten op werk in de regio Amsterdam en veel minder op werk in de regio Haaglanden.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Provincie Limburg

De provincie Limburg brengt in 2013 voor het eerst de Vestigingsklimaatmonitor Limburg uit. De monitor dient ondersteuning te bieden aan het streven om te komen tot een excellent vestigingsklimaat voor mensen en bedrijven in Limburg.
Bureau Louter heeft ondersteuning geleverd bij het opstellen van de nulmeting van deze monitor. Dat betrof het bepalen van de juiste indicatoren, de manier waarop scores voor die indicatoren kunnen worden bepaald, een beoordeling van verschillende soorten bronnen, het maken van berekeningen en het ontwikkelen van de wijze waarop de resultaten weergegeven kunnen worden.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Intern project

In dit onderzoek zijn de uitslagen van verkiezingen voor de Tweede Kamer 2010 beschreven en geanalyseerd. Daarbij stonden vooral lokale/regionale verschillen centraal.
Klik hier om het volledige rapport te downloaden.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Rijksuniversiteit Utrecht

Op 14 juni heeft professor Oedzge Atzema van de Universiteit Utrecht in De Rode Hoed in Amsterdam een lezing gehouden voor het Forum Stedelijke Regio's. Daarbij is onder andere gebruik gemaakt van een specifiek voor die lezing door Bureau Louter gemaakte beschrijving van ruimtelijk-economische ontwikkelingen in stadsgewesten in Nederland.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Platform Bètatechniek
In samenwerking met: ResearchNed.

De hoofdstukken 6 (Regionale arbeidsmarkt voor bètatechnici, 2011-2015) en 7 (Regionale verschillen in octrooiaanvragen) uit de Technomonitor 2010 zijn opgesteld door Bureau Louter. Een uitvoeriger verslag daarvan staat in de door Bureau Louter opgesteld PlatformPocket 29: ‘De regionale arbeidsmarkt voor technici tot 2016. Speciaal topic: Octrooiaanvragen per regio’). Daarin worden op regionaal niveau (voor 30 regio’s) confrontaties van vraag en aanbod opgesteld voor 37 technische opleidingen. Tevens staat in het rapport een uitvoerige analyse van ruimtelijke verschillen in het aantal octrooiaanvragen. Zie onderstaande illustratie voor de ruimtelijke spreiding van octrooiaanvragen. Weergegeven is de relatieve vertegenwoordiging, waarbij het nationaal gemiddelde op 1 is gesteld. In de figuur zijn tevens de zeven ‘technologieregio’s’ weergegeven waarvoor door Bureau Louter in opdracht van Platform Bèta Technniek technologiepockets zijn opgesteld.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Provincie Groningen

In samenwerking met: Bureau PAU

Op 10 februari 2010 heeft in Winschoten een in het kader van het DC NOISE project georganiseerd symposium over bevolkingskrimp en de gevolgen daarvan plaatsgevonden. Ten behoeve daarvan is door Bureau PAU en Bureau Louter een ‘ groeidocument’ opgesteld. Daarin staat een analyse van demografische en economische ontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor de arbeidsmarkt, de woningmarkt, de mobiliteit, voorzieningen en de organisatorische en financiële gevolgen.

In onderstaande kaartbeelden staat de gemiddelde jaarlijkse groei van het aantal inwoners per gemeente volgens het PEARL model. Voor de periode 2020-2040 is daarbij in het kader van het project een ‘variant’ op het PEARL-model opgesteld waarbij voor de gemeenten in Oost-Groningen voor de periode 2020-2040 is uitgegaan van hetzelfde binnenlands migratiesaldo als in de periode 2020-2040.

Ontwikkeling inwoners volgens PEARL-model:

Terug naar boven

Opdrachtgever: Ministerie van BZK

Er bestaat momenteel veel belangstelling voor bevolkingsdynamiek op lokaal niveau. Dat is ingegeven door de waarneming dat in veel gemeenten het aantal inwoners afneemt of dreigt te gaan afnemen. Ook het Ministerie van Binnenlandse Zaken wenst nader inzicht te krijgen in de feiten over bevolkingsdynamiek, in de oorzaken achter gemeentelijke verschillen in bevolkingsdynamiek en in de effecten van de ontwikkeling van het aantal inwoners op, onder andere, de woningmarkt, de arbeidsmarkt en het voorzieningenpeil. Op een deel van die thema’s wordt in dit onderzoek ingegaan. In overleg met het Ministerie van Binnenlandse Zaken is in eerste instantie gekozen voor het verkrijgen van dieper inzicht in gemeentelijke verschillen in bevolkingsdynamiek en (in kwalitatieve en interpretatieve zin) de oorzaken achter die verschillen. In het bijzonder ging daarbij de aandacht uit naar verschillen tussen typen gemeenten met een (dreigende) afname van de bevolking. Een uitgangspunt is dat ook de regionale context waarbinnen de bevolkingsdynamiek van individuele gemeenten plaatsvindt van belang is.

Een belangrijk motto in dit rapport is: ‘De ene gemeente met een bevolkingsafname is de andere niet’. In sommige gemeenten is sprake van een afname van het aantal inwoners omdat er geen ruimte is voor woningbouw (er kunnen geen woningen worden gebouwd) of omdat restrictief ruimtelijk beleid wordt gevoerd (er mogen geen woningen worden gebouwd). Vaak bevinden deze gemeenten zich binnen een regio waarin wel degelijk sprake is van een toename van het aantal inwoners. Met die regionale context wordt in dit rapport op verschillende plaatsen rekening gehouden. Ook is in gemeenten met een bevolkingsafname de regionaal-economische situatie soms gunstig. Ook aan dergelijke ‘achtergrondfactoren’ (naast economie bijvoorbeeld arbeidsmarkt en de onderwijsfunctie van een gemeente) wordt in dit rapport aandacht besteed. In andere gemeenten is sprake van een afname van het aantal inwoners omdat zij om verschillende redenen niet aantrekkelijk genoeg zijn om inwoners te behouden of aan te trekken. De hiervoor genoemde achtergrondfactoren zijn daarbij sturend. Binnen de groep van gemeenten met een bevolkingsafname bestaat er dus een belangrijk verschil tussen gemeenten die hebben te maken met een gebrek aan belangstelling om er te wonen en gemeenten met een gebrek aan mogelijkheden om er te wonen. Om die reden zijn ook enkele typologieën opgesteld om gemeenten in te delen naar hun bevolkingsdynamiek.

Indeling in globale gebiedstypen (hoofdgroepen) naar bevolkingsdynamiek

Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Zoetermeer

De gemeente Zoetermeer stelt momenteel het Stedelijk Beleidskader Economie Zoetermeer 2009-2014 op. Als onderbouwing daarvan is aan Bureau Louter verzocht een rapport op te stellen over de economie en arbeidsmarkt van Zoetermeer. De gemeente Zoetermeer is daarbij vergeleken met een aantal benchmarkgebieden. Naast een analyse van Zoetermeer als geheel zijn tevens ontwikkelingen naar gebiedstypen binnen de gemeente onderzocht (zoals het stadscentrum, bedrijventerreinen, kantoorlocaties, winkelcentra, zorg- en onderwijscentra en woonwijken). Onderzocht zijn de recente ontwikkeling en de huidige stand van zaken. Tevens zijn prognoses voor de economische ontwikkeling opgesteld. In een speciaal themahoofdstuk is ingegaan op kennis, innovatie en clusters. Daarbij stond onder andere het bepalen van de economische betekenis van een viertal door de gemeente geselecteerde kansrijke clusters centraal.

Ontwikkeling arbeidsplaatsen kansrijke clusters, 1998-2008
(arbeidsplaatsen berekend per 1000 inwoners 15-64 jaar in 2008)

Terug naar boven

Opdrachtgever: European Patent Office

Op verzoek van het European Patent Office heeft Bureau Louter de economische betekenis (directe en indirecte effecten) van die organisatie voor Den Haag, Rijswijk en overig Nederland bepaald. Aan de hand van een combinatie van door het European Patent Office geleverde detailgegevens, algemene gegevens uit de databases van Bureau Louter en door Bureau Louter ontwikkelde interregionale input-output tabellen is berekend dat het EPO binnen Nederland goed is voor 5.5 duizend arbeidsplaatsen (waaronder 2.7 duizend van het in Rijswijk gevestigde EPO zelf) en € 560 miljoen aan toegevoegde waarde.

Totaal effecten economische betekenis van EPO

Terug naar boven

Opdrachtgever: Ministerie van Economische Zaken

In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken heeft Bureau Louter de nulmeting voor de Pieken in de Delta monitor opgesteld. Daarin is voor zes gebieden in Nederland (Noordvleugel Randstad, Zuidvleugel Randstad, Zuidwest, Zuidoost, Oost en Noord) de stand van zaken gemeten voor diverse indicatoren. Opgesteld zijn een economisch profiel, een profiel van de bedrijvigheidsstructuur en een kennisprofiel.

Per programmagebied is een afzonderlijk regiorapport opgesteld, waarop meer gedetailleerd op ontwikkelingen in de regio wordt ingegaan. Die rapporten zijn niet openbaar. Het betreft:

Nulmeting Pieken in de Delta monitor: Gebiedsrapport Noord-Nederland
Nulmeting Pieken in de Delta monitor: Gebiedsrapport Oost-Nederland
Nulmeting Pieken in de Delta monitor: Gebiedsrapport Zuidoost-Nederland
Nulmeting Pieken in de Delta monitor: Gebiedsrapport Zuidwest-Nederland
Nulmeting Pieken in de Delta monitor: Gebiedsrapport Zuidvleugel Randstad
Nulmeting Pieken in de Delta monitor: Noordvleugel Randstad

Een exemplaar van de monitor kan worden besteld via www.ez.nl of door te bellen naar 0800-6463951. Het publicatienummer is: 08 OI29.

Voor het opstellen van het kennisprofiel is onder andere gebruik gemaakt van gegevens van SenterNovem (over de WBSO) en de CIS-enquête van het CBS. Zie hieronder voor het kennisprofiel van Zuidoost-Nederland.

Klik op de verkleinde weergaven hieronder om een grote weergave te zien.

Terug naar boven

Opdrachtgever: Platform Bètatechniek
In samenwerking met: ResearchNed en QDelft.

Bureau Louter heeft voor deze jaarlijks terugkerende monitor de arbeidsmarkt voor bètatechnici beschouwd, zowel op nationaal als op regionaal niveau. Uit arbeidsmarktprognoses blijkt dat het arbeidsmarktperspectief voor nieuwkomers op de arbeidsmarkt met een bètatechnische opleidingsachtergrond de komende jaren zonder meer rooskleurig is. Werkgevers die op zoek zijn naar bètatechnici zullen daarentegen geconfronteerd worden met grote knelpunten in hun personeelsvoorziening. De goede arbeidsmarktperspectieven voor de afgestudeerden van bètatechnische opleidingen zijn het gevolg van twee factoren: een hoge vervangingsvraag en een geringe arbeidsmarktinstroom van schoolverlaters.
Op regionaal niveau zijn er grote verschillen op de arbeidsmarkt voor bètatechnici. Daarnaast kan ook onderscheid worden gemaakt naar opleidingsniveau. In onderstaande kaartbeelden zijn beide oorzaken van verschillen goed te zien. In deze kaartbeelden zijn baanopeningen in beeld gebracht: ter interpretatie van deze kaartbeelden geldt dat naarmate een gebied een hogere score heeft, de kans op een baan voor een werkzoekende groter is.

Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Den Haag
In samenwerking met: Decisio

In 2005 heeft Bureau Louter, samen met Decisio, de economische betekenis van internationale organisaties in Den Haag bepaald. Naast de direct bij die organisaties betrokken arbeidsplaatsen werden daarbij ook de ‘indirecte effecten’ in de vorm van uitbestedingen aan andere bedrijven en de consumptieve bestedingen van expats berekend, uitgesplitst naar regio waar die effecten neerslaan. Daarvoor is onder andere gebruik gemaakt van door Bureau Louter ontwikkelde interregionale input-output tabellen.
Op verzoek van de gemeente Den Haag hebben Bureau Louter en Decisio opnieuw de economische betekenis van internationale organisaties bepaald, deze keer voor 2008. Het aantal direct en indirect bij in de Haagse regio gevestigde internationale organisaties betrokken arbeidsplaatsen is bijna 28 duizend (waarvan bijna 22 duizend in de Haagse regio).

Totale effecten in termen van arbeidsplaatsen
Type organisatieGebied
 Den HaagRegio Den HaagOverig Zuid-HollandBuiten Zuid-HollandTotaal
      
VN/ Intergouvernementaal42676072798596011
Europees24747447927266713515
NGO’s352473187518
Kennisinstellingen44030941112903
Onderwijs17821621472022293
Ambassades36842491894324554
Totaal1299988221615435827794
      
Juridisch36674642787225131
Wederopbouw122631031227
      
Den Haag113541152800183915145
Overig regio Den Haag16217679830251912649

Terug naar boven

Opdrachtgever: Provincie Zuid-Holland

Detailhandel lijkt sterk te groeien op bedrijventerreinen. De Provincie Zuid-Holland vraagt zich af of daaruit blijkt dat het detailhandelsbeleid faalt. Dat beleid houdt in dat detailhandel in principe niet op bedrijventerreinen mag vestigen, met uitzondering van een aantal specifiek aangewezen branches waar volumineuze goederen worden verkocht (bijvoorbeeld auto’s en meubels), de zogenaamde ‘perifere detailhandel’. Uit het onderzoek van Bureau Louter blijkt dat het aantal arbeidsplaatsen in de detailhandel in Zuid-Holland op bedrijventerreinen inderdaad sterker groeit dan elders, maar dat geen sprake is van falend beleid. Ten eerste groeien de perifere detailhandelbranches gemiddeld sterker dan de overige detailhandel. Ten tweede verplaatst een steeds groter deel van de perifere detailhandel naar bedrijventerreinen. Dat is niet in strijd met het beleid. Van de overige detailhandel is slechts een zeer klein deel op bedrijventerreinen gevestigd.

Klik op de verkleinde weergaven hieronder om een grote weergave te zien.

Terug naar boven

Opdrachtgever: Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam

Naar de ontwikkeling van vraag en aanbod van bedrijventerreinen en ontwikkelingen op de kantorenmarkt is veel onderzoek gedaan. Hoewel er altijd onzekerheden zullen blijven bestaan, die vooral samenhangen met de economische groei, leveren die onderzoeken voor gemeenten veelal goede aangrijpingspunten om effectief ruimtelijk-economisch beleid te voeren. Dat geldt echter veel minder voor economische activiteiten die zich buiten formele bedrijfslocaties (bedrijventerreinen; kantoorlocaties) ontwikkelen. Binnen deze ‘wijkeconomie’ geldt vervolgens weer dat op de dynamiek in grootschalige voorzieningen in de publieke en private sector wel enig zicht bestaat. Over ontwikkelingen bij kleinschalige bedrijvigheid, waarmee wijkeconomie veelal wordt geassocieerd, bestaan echter nog veel vragen. Door het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam is aan Bureau Louter gevraagd om een case-study voor Rotterdam uit te voeren. Daarbij is voor de volgende thema’s onderzoek verricht:

  • Ontwikkelen van methodologie om omvang en ontwikkeling van de ‘wijkeconomie’ te bepalen.
  • Ontwikkelingen van de bedrijvigheidsdynamiek in gebiedstypen in Rotterdam en in deelgemeenten.
  • Case-studies voor die buurten (Vreewijk, Zuidwijk en Oude Noorden)
  • Een uitsplitsing van de bedrijvigheidsdynamiek naar ‘componenten’ (oprichtingen/ opheffingen, verplaatsingen, groei/ krimp in bestaande bedrijven)
  • Het opstellen van een prognose van de vraag naar ruimte voor kleine bedrijven.
In onderstaande figuur is als illustratie van verplaatsingspatronen de locatie weergegeven van de bedrijven die in 1990 in het oude Noorden waren gevestigd.

Klik op de verkleinde weergave hieronder om een grote weergave te zien.

Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Den Haag
In samenwerking met Decisio


Terug naar boven

Opdrachtgever: Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam

Voor het derde jaar is de Economische Verkenning Rotterdam verschenen. Dit jaar is door Bureau Louter een bijdrage geleverd in de vorm van een paragraaf per hoofdstuk met in totaal een twintigtal kaarten met toelichting. De thema’s zijn:
  • De economie van Rotterdam op de kaart
  • Arbeidsmarkt op de kaart
  • Kennis en innovatie op de kaart
  • Ruimte voor bedrijven op de kaart
  • Kwaliteit van de stad op de kaart
  • Jongeren op de kaart
Illustratie: Gemiddelde WOZ-waarde per woning, 2005.

Terug naar boven

Opdrachtgever: Stichting Amsterdamse Economische Verkenningen
In samenwerking met: SEO

Jaarlijks verschijnen de Amsterdamse Economische Verkenningen. Voor het derde jaar heeft Bureau Louter daaraan een bijdrage geleverd. Deze keer zijn de vier grootstedelijke agglomeraties in de Randstad op de kaart gezet. Daarbij werden zij vergeleken naar ruimtelijke verschillen in dichtheid van bedrijvigheid (met een onderscheid naar industrie, distributie-activiteiten en kennisdiensten), en naar de groei van de werkgelegenheid in de periode 1996-2004.
Illustratie: Ontwikkeling werkgelegenheidsdichtheid 1996-2004.

Terug naar boven

Opdrachtgever: Stichting Amsterdamse Economische Verkenningen

Jaarlijks worden door de Stichting Amsterdamse Economische Verkenningen de Amsterdamse Economische Verkenningen (AEV) uitgebracht, uitgevoerd door de Stichting Economisch Onderzoek (SEO) van de Universiteit van Amsterdam. Hierin wordt een beeld geschetst hoe het ervoor staat met de economie van de regio Amsterdam. Aan Bureau Louter is verzocht om voor de versie van 2004 een analyse te maken van de ruimtelijke spreiding van industriële activiteiten over de regio Amsterdam. Daartoe zijn kaartbeelden gemaakt met een gedetailleerde ruimtelijke spreiding en ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen en het aantal vestigingen in vijf typen industrie, namelijk: Voedings- en genotmiddelenindustrie, chemische industrie, metaalindustrie, drukkerijen en uitgeverijen.

Illustratie: Werkgelegenheidsdichtheid voedings- en genotmiddeldenindustrie.
Terug naar boven

Opdrachtgever: Rabobank Nederland

Rabobank Nederland heeft een groot project uitgevoerd, waarin manieren om tot ‘opschaling’ te komen van de ruimte waarin vestigingen van Rabobank opereren centraal staan. In het kader daarvan heeft Rabobank Nederland aan Bureau Louter verzocht ruimtelijk-economische informatie te leveren. Daartoe zijn 19 kaarten opgesteld over uiteenlopende indicatoren voor ruimtelijk-economische ontwikkeling.

Terug naar boven

Opdrachtgever: Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal van het Goederenvervoer

Onderzoek naar de omvang van zeehavengerelateerde activiteiten in het kader van de door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat op te stellen Havenvisie (‘Zeehavens: ankers van de economie’). Vastgesteld is de werkgelegenheid en de toegevoegde waarde in de Nederlandse zeehavengebieden, de ontwikkeling daarvan in de tijd en het relatief belang van zeehavengerelateerde activiteiten binnen hun regio. Daarbij zijn vier typen definities gehanteerd om het begrip ‘zeehavengerelateerdheid’ af te bakenen. Eén daarvan is de bedrijvigheid die op zeehaventerreinen is gevestigd (zie de tabel). Die bedrijvigheid blijkt goed te zijn voor een Bruto Toegevoegde Waarde van 13.4 miljard Euro (exclusief uitstralingseffecten naar andere economische sectoren).

Toegevoegde waarde (miljoenen Euro’s) bedrijvigheid op zeehaventerreinen, 2001
Zeehavenregio
Brede economische sector
Totaal
 
Ch/B
OvInd
GH
Transp
OvBedr
 
 
 
 
 
 
 
 
Rotterdam
2420
535
307
1281
1416
5959
Dordrecht/ Moerdijk
419
141
92
128
380
1161
Noordzeekanaalgebied
961
547
494
438
1557
3998
Scheldebekken
797
190
25
129
412
1552
Delfzijl/ Eemshaven
216
36
1
17
53
323
Harlingen
10
11
5
23
26
74
Den Helder
0
3
6
14
86
109
Scheveningen
0
9
24
83
119
236
Totaal
4823
1473
955
2113
4048
13413
Toelichting ‘Brede sectoren’:
h/BChemie en basismetaal
OvIndOverige industrie
GHGroothandel
Transp.Transport
OvBedrOverige bedrijvigheid
Terug naar boven

Opdrachtgever: Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal van het Goederenvervoer
In samenwerking met Gerard Eding

In dit onderzoek worden de uitstralingseffecten van de Nederlandse zeehavens binnen hun eigen regio en naar andere regio’s bepaald. Dat gebeurt op basis van de zogenaamde ‘achterwaartse effecten’: de toelevering van goederen en diensten aan zeehavengerelateerde activiteiten. Om de spreiding van de effecten over verschillende delen van Nederland te bepalen zijn in het kader van dit onderzoek ‘interregionale input-output tabellen’ ontwikkeld. Daardoor kunnen bijvoorbeeld de effecten van de Rotterdamse haven op de werkgelegenheid in alle afzonderlijke Nederlandse provincies worden bepaald, onderscheiden naar typen economische activiteiten (dat is weergegeven in onderstaande kaartbeeld).

Terug naar boven

Opdrachtgever: Ministerie van Economische Zaken

Onderzoek naar ruimtelijk-economische ontwikkelingen in Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg in de periode 1993-2001. Onderzocht zijn ruimtelijke verschillen in dichtheid van economische activiteiten, het aantal arbeidsplaatsen per inwoner tussen 15 en 65 jaar en de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de tijd voor ruim 600 regio’s en 31 stedelijke agglomeraties. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar typen economische activiteiten. Tevens is een ranglijst van regio’s opgesteld naar hun economische prestaties.

 
Terug naar boven

Opdrachtgever: Stichting Amsterdamse Economische Verkenningen

Jaarlijks worden door de Stichting Amsterdamse Economische Verkenningen de Amsterdamse Economische Verkenningen (AEV) uitgebracht, uitgevoerd door de Stichting Economisch Onderzoek (SEO) van de Universiteit van Amsterdam. Hierin wordt een beeld geschetst hoe het ervoor staat met de economie van de regio Amsterdam. Aan Bureau Louter is verzocht om voor de versie van 2003 een analyse te maken van de ruimtelijke spreiding van economische activiteiten over de regio Amsterdam. Daartoe zijn kaartbeelden gemaakt met een gedetailleerde ruimtelijke spreiding van het aantal arbeidsplaatsen en het aantal vestigingen in drie ‘regionaal-stuwende’ sectoren, namelijk industrie, distributie-activiteiten en kennisintensieve zakelijke dienstverlening en voor de totale bedrijvigheid. Tevens is nagegaan welke locaties (gebieden met een oppervlakte van een vierkante kilometer) de hoogste dichtheid aan vestigingen of werkgelegenheid kennen binnen de regio. Het blijkt dat er grote verschillen tussen economische sectoren bestaan.


Top 20 van locaties met meeste arbeidsplaatsen per km², Sector Industrie, Regio Amsterdam, 2001


Top 20 van locaties met meeste arbeidsplaatsen per km², Sector Kennisdiensten, Regio Amsterdam, 2001

Terug naar boven

Opdrachtgever: Gemeente Amsterdam, EZ Research

Voor het Regionaal Orgaan Amsterdam (ROA), bestaande uit gemeenten in het zuidelijk deel van de provincie Noord-Holland en Almere wordt momenteel een Regionaal-Economische Structuurvisie (RES) opgesteld. Ten behoeve daarvan is door Bureau Louter de ruimtelijke spreiding en recente groei van de werkgelegenheid in een twaalftal strategische clusters op de kaart gezet. Dat gebeurt via meer dan honderd kaartbeelden, op een ruimtelijk zeer gedetailleerd niveau. Naast werkgelegenheid wordt tevens ingegaan op de Bruto Toegevoegde Waarde, op de rol van het midden- en kleinbedrijf en op de ruimtelijke spreiding van de hoofdkantoren van de 500 grootste ondernemingen in Nederland. Als illustratie is hier de ruimtelijke spreiding en de recente groei van de werkgelegenheid in de strategische cluster ‘ICT en nieuwe media’ weergegeven.


Arbeidsplaatsen per km² in 2001, Regio Amsterdam, Sector ICT en (nieuwe) media


Ontwikkeling van de arbeidsplaatsen per km² in 1996-2001, Regio Amsterdam, Sector ICT en (nieuwe) media

Terug naar boven

Opdrachtgever: Rijksgebouwendienst (RGD)
In samenwerking met; PAU bv en Rand Europe

De Rijksgebouwendienst wenst inzicht in de ontwikkelingen op de kantorenmarkt in de jaren negentig, en met name het tweede deel van de jaren negentig, tot nu. Bureau Louter is gevraagd inzicht te verschaffen in ruimtelijke verschillen in dichtheid van kantooractiviteiten, ruimtelijke verschillen in prijzen van kantoren en in locatiefactoren die bepalend zijn voor de geconstateerde verschillen in dichtheid en prijzen. Voor een dertiental door de RGD als ‘strategische steden’ aangeduide gemeenten en voor tien grote stadsgewesten is een ‘kantorenprofiel’ opgesteld. Daarin is de positie van een stad of stadsgewest vergeleken met het gemiddelde van andere steden of stadsgewesten weergegeven.

Klik op de verkleinde weergave hieronder om de volledige weergave te zien van het profiel voor de gemeente Groningen.

Terug naar boven

Opdrachtgever: Ministerie van Economische Zaken

Het Ministerie van Economische Zaken ontwikkelt momenteel binnen het project Gebiedsgerichte Economische Perspectieven (GEP) een visie op de ruimtelijk-economische ontwikkeling in Nederland. In dat verband is aan Bureau Louter gevraagd de huidige ruimtelijke spreidingspatronen en ontwikkelingspatronen van ‘regionaal-stuwende’ economische sectoren te onderzoeken. Dat gebeurt globaal op lange termijn (sinds 1973) en meer specifiek op kortere termijn (sinds 1996). Daarbij is onderscheid gemaakt tussen een aantal typen economische activiteiten.
Naast verschillen in ontwikkeling tussen typen gebieden, zoals bijvoorbeeld steden versus suburbane gemeenten, ruimtelijk-economische hoofdstructuur (REHS) en landsdelen, wordt in het onderzoek ook een groot aantal kaartbeelden opgesteld.

Klik hier om uw (gratis) rapport te bestellen of te downloaden bij het ministerie van Economische Zaken.


publicaties-bureaulouter
publicaties-tno-inro
publicaties-erasmusuniversiteit
tijdschriften-en-boeken
tijdschriften-en-boeken